BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 39a
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Bij de wet, in een planologische kernbeslissing of, indien spoedeisende maatschappelijke belangen dit vergen, in een besluit van Onze Ministers wie het aangaat, Onze Minister daaronder begrepen, na overleg in de ministerraad, kan worden bepaald dat op de besluitvorming omtrent een project of een categorie van projecten van nationaal belang de procedure die is beschreven in de paragrafen 2en 3van deze afdeling, dan wel een van die paragrafen van toepassing is. Onder projecten van nationaal belang worden verstaan projecten met een bovenlokale ruimtelijke dimensie of met bovenlokale ruimtelijke effecten. Indien de grondslag wordt gevonden in de wet of een planologische kernbeslissing wordt daarbij aangegeven welke minister optreedt als projectminister. Indien de grondslag is gelegen in een besluit van Onze Ministers wie het aangaat treedt Onze minister op als projectminister tenzij bij dat besluit uitdrukkelijk een andere minister wordt aangewezen.
2. Indien paragraaf 2van deze afdeling van toepassing is verklaard, wordt in de wet, de planologische kernbeslissing of het besluit tevens bepaald of het rijksprojectbesluit wordt vastgesteld door Onze Ministers wie het aangaat, Onze Minister daaronder begrepen, na overleg in de ministerraad of door Onze projectminister.
3. Een besluit van Onze Ministers wie het aangaat als bedoeld in het eerste lid, geeft een aanduiding van de betekenis en het belang van het betrokken project en bevat een globale beschrijving van de te verwachten gevolgen van het project voor het nationaal ruimtelijk beleid, van de sociaal-economische gevolgen van het project en van de gevolgen voor de andere bij het project betrokken belangen. Het besluit wordt toegezonden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Aan het besluit wordt geen uitvoering gegeven dan nadat de Tweede Kamer daarmee heeft ingestemd. Met het besluit van Onze Ministers wie het aangaat, Onze Minister daaronder begrepen, wordt geacht te zijn ingestemd indien de Tweede Kamer binnen vier weken na de toezending van dat besluit geen besluit heeft genomen omtrent de behandeling daarvan.
4. Voorzover de uitvoering van een project waarop een wet of een besluit van Onze Ministers wie het aangaat, Onze Minister daaronder begrepen, als bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft, in strijd zou zijn met een planologische kernbeslissing, wordt door Onze Ministers wie het aangaat, Onze Minister daaronder begrepen, aan de Tweede Kamer mededeling gedaan van het voornemen deze planologische kernbeslissing te herzien.
2. Indien paragraaf 2van deze afdeling van toepassing is verklaard, wordt in de wet, de planologische kernbeslissing of het besluit tevens bepaald of het rijksprojectbesluit wordt vastgesteld door Onze Ministers wie het aangaat, Onze Minister daaronder begrepen, na overleg in de ministerraad of door Onze projectminister.
3. Een besluit van Onze Ministers wie het aangaat als bedoeld in het eerste lid, geeft een aanduiding van de betekenis en het belang van het betrokken project en bevat een globale beschrijving van de te verwachten gevolgen van het project voor het nationaal ruimtelijk beleid, van de sociaal-economische gevolgen van het project en van de gevolgen voor de andere bij het project betrokken belangen. Het besluit wordt toegezonden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Aan het besluit wordt geen uitvoering gegeven dan nadat de Tweede Kamer daarmee heeft ingestemd. Met het besluit van Onze Ministers wie het aangaat, Onze Minister daaronder begrepen, wordt geacht te zijn ingestemd indien de Tweede Kamer binnen vier weken na de toezending van dat besluit geen besluit heeft genomen omtrent de behandeling daarvan.
4. Voorzover de uitvoering van een project waarop een wet of een besluit van Onze Ministers wie het aangaat, Onze Minister daaronder begrepen, als bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft, in strijd zou zijn met een planologische kernbeslissing, wordt door Onze Ministers wie het aangaat, Onze Minister daaronder begrepen, aan de Tweede Kamer mededeling gedaan van het voornemen deze planologische kernbeslissing te herzien.