BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 44
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. De aanlegvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien:
a. het werk of de werkzaamheid in strijd zou zijn met een bestemmingsplan of de krachtens zodanig plan gestelde eisen;
b. voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend.
2. Aan een vergunning mogen slechts voorwaarden worden verbonden ter bescherming van de belangen ten behoeve waarvan de bepalingen strekken krachtens welke de vergunning wordt verleend en waaraan het werk of de werkzaamheid, waarop de aanvraag betrekking heeft, moet voldoen.
3. Indien de vergunning betrekking heeft op een werk of werkzaamheid in een gebied dat behoort tot een beschermd stads- of dorpsgezicht in de zin van de Monumentenwet 1988zenden burgemeester en wethouders terstond na de bekendmaking een afschrift van hun besluit aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
4. De vergunning treedt in werking met ingang van de zevende week na de dag waarop zij is verleend.
a. het werk of de werkzaamheid in strijd zou zijn met een bestemmingsplan of de krachtens zodanig plan gestelde eisen;
b. voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend.
2. Aan een vergunning mogen slechts voorwaarden worden verbonden ter bescherming van de belangen ten behoeve waarvan de bepalingen strekken krachtens welke de vergunning wordt verleend en waaraan het werk of de werkzaamheid, waarop de aanvraag betrekking heeft, moet voldoen.
3. Indien de vergunning betrekking heeft op een werk of werkzaamheid in een gebied dat behoort tot een beschermd stads- of dorpsgezicht in de zin van de Monumentenwet 1988zenden burgemeester en wethouders terstond na de bekendmaking een afschrift van hun besluit aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
4. De vergunning treedt in werking met ingang van de zevende week na de dag waarop zij is verleend.