BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 4b
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Voor zover in het streekplan een concrete beleidsbeslissing is opgenomen kan Onze Minister binnen vier weken na de toezending van het afschrift van het besluit tot vaststelling van het streekplan provinciale staten schriftelijk mededelen dat hij overweegt ten aanzien van die concrete beleidsbeslissing toepassing te geven aan artikel 6.
2. Onze Minister geeft slechts toepassing aan het eerste lid, indien hij op grond van artikel 4a, derde of vierde lid, zienswijzen over die concrete beleidsbeslissing naar voren heeft gebracht wegens kennelijke strijd met het nationaal ruimtelijk beleid.
3. Indien Onze Minister geen toepassing geeft aan het eerste lid, wordt het besluit tot vaststelling van het streekplan met ingang van de zesde week na de dagtekening daarvan bekendgemaakt door dit besluit samen met het vastgestelde streekplan voor een ieder ter inzage te leggen op het provinciehuis en ter secretarie van de gemeenten op wier gebied het betrekking heeft. De artikelen <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:11, eerste, tweede en derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:12, eerste en derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht</a>alsmede artikel 4a, derde lid, onderdeel b, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Indien Onze Minister toepassing geeft aan het eerste lid, zendt hij gelijktijdig een afschrift van zijn mededeling aan de Rijksplanologische Commissie, aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur.
5. Binnen twaalf weken na dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling beslist Onze Minister omtrent toepassing van artikel 6.
6. Onze Minister maakt zijn besluit binnen een week na dagtekening daarvan bekend aan provinciale staten. Indien Onze Minister niet heeft beslist binnen de in het vijfde lid bedoelde termijn, wordt het besluit van Onze Minister vervangen door een schriftelijke mededeling van dat feit.
7. Het besluit van Onze Minister of de mededeling, bedoeld in het zesde lid, wordt met het vaststellingsbesluit van provinciale staten en het vastgestelde streekplan door gedeputeerde staten bekendgemaakt door terinzagelegging voor een ieder op het provinciehuis en ter secretarie van de gemeenten op wier gebied het betrekking heeft.
8. Indien het besluit van Onze Minister strekt tot toepassing van artikel 6blijft voor wat betreft het daarbij aangegeven gebied, het besluit van provinciale staten tot vaststelling van het streekplan buiten werking.
2. Onze Minister geeft slechts toepassing aan het eerste lid, indien hij op grond van artikel 4a, derde of vierde lid, zienswijzen over die concrete beleidsbeslissing naar voren heeft gebracht wegens kennelijke strijd met het nationaal ruimtelijk beleid.
3. Indien Onze Minister geen toepassing geeft aan het eerste lid, wordt het besluit tot vaststelling van het streekplan met ingang van de zesde week na de dagtekening daarvan bekendgemaakt door dit besluit samen met het vastgestelde streekplan voor een ieder ter inzage te leggen op het provinciehuis en ter secretarie van de gemeenten op wier gebied het betrekking heeft. De artikelen <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:11, eerste, tweede en derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:12, eerste en derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht</a>alsmede artikel 4a, derde lid, onderdeel b, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Indien Onze Minister toepassing geeft aan het eerste lid, zendt hij gelijktijdig een afschrift van zijn mededeling aan de Rijksplanologische Commissie, aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur.
5. Binnen twaalf weken na dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling beslist Onze Minister omtrent toepassing van artikel 6.
6. Onze Minister maakt zijn besluit binnen een week na dagtekening daarvan bekend aan provinciale staten. Indien Onze Minister niet heeft beslist binnen de in het vijfde lid bedoelde termijn, wordt het besluit van Onze Minister vervangen door een schriftelijke mededeling van dat feit.
7. Het besluit van Onze Minister of de mededeling, bedoeld in het zesde lid, wordt met het vaststellingsbesluit van provinciale staten en het vastgestelde streekplan door gedeputeerde staten bekendgemaakt door terinzagelegging voor een ieder op het provinciehuis en ter secretarie van de gemeenten op wier gebied het betrekking heeft.
8. Indien het besluit van Onze Minister strekt tot toepassing van artikel 6blijft voor wat betreft het daarbij aangegeven gebied, het besluit van provinciale staten tot vaststelling van het streekplan buiten werking.