BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 55
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrechtworden als één besluit aangemerkt:
a. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 15, tweede lid, 16, 19, eerste, of, in voorkomend geval, tweede lid, 46, zevende of tiende lid, en het besluit waarop de verklaring betrekking heeft;
b. een besluit van Onze Minister als bedoeld in artikel 29, zevende lid, en een besluit van gedeputeerde staten als bedoeld in 28, tweede lid, voor zover niet vervangen;
c. een besluit omtrent een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 40, eerste lid, en besluiten omtrent medewerking als bedoeld in artikel 40, derde, achtste en negende lid, en het besluit omtrent die vrijstelling;
d. een besluit tot het verlenen van vrijstelling als bedoeld in artikel 40 en een besluit omtrent een beschikking als bedoeld in artikel 41, in onderlinge samenhang genomen;
e. de beschikkingen, bedoeld in artikel 41, met betrekking tot de verwezenlijking van eenzelfde project;
f. de besluiten, bedoeld in artikel 39j, eerste lid;
g. indien ten behoeve van een project de paragrafen 2 en 3 van afdeling 1a van hoofdstuk Va gelijktijdig zijn toegepast, de besluiten, bedoeld in artikel 39j, eerste lid, en het rijksprojectbesluit;
h. de besluiten, bedoeld in artikel 41c, eerste lid, met betrekking tot de verwezenlijking van eenzelfde project.
a. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 15, tweede lid, 16, 19, eerste, of, in voorkomend geval, tweede lid, 46, zevende of tiende lid, en het besluit waarop de verklaring betrekking heeft;
b. een besluit van Onze Minister als bedoeld in artikel 29, zevende lid, en een besluit van gedeputeerde staten als bedoeld in 28, tweede lid, voor zover niet vervangen;
c. een besluit omtrent een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 40, eerste lid, en besluiten omtrent medewerking als bedoeld in artikel 40, derde, achtste en negende lid, en het besluit omtrent die vrijstelling;
d. een besluit tot het verlenen van vrijstelling als bedoeld in artikel 40 en een besluit omtrent een beschikking als bedoeld in artikel 41, in onderlinge samenhang genomen;
e. de beschikkingen, bedoeld in artikel 41, met betrekking tot de verwezenlijking van eenzelfde project;
f. de besluiten, bedoeld in artikel 39j, eerste lid;
g. indien ten behoeve van een project de paragrafen 2 en 3 van afdeling 1a van hoofdstuk Va gelijktijdig zijn toegepast, de besluiten, bedoeld in artikel 39j, eerste lid, en het rijksprojectbesluit;
h. de besluiten, bedoeld in artikel 41c, eerste lid, met betrekking tot de verwezenlijking van eenzelfde project.