BWBR0005494
Geldig vanaf 1992-05-31
Artikel 15
Reglement rechtstoestand tewerkgestelden
1. De tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart en aan wie toestemming is verleend tot het dagelijks reizen tussen zijn woonplaats en de plaats van tewerkstelling, heeft, indien zijn woonplaats is gelegen buiten Nederland, en daar reeds was gelegen voor de aanvang van de tewerkstelling, voor de duur van die toestemming aanspraak op vergoeding van de kosten voor het (dagelijks) reizen vanaf het in de normale reisroute liggende grensstation naar zijn woonplaats en terug.
2. De tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart en aan wie huisvesting van rijkswege is verleend, heeft, indien zijn woonplaats is gelegen buiten Nederland, doch binnen Europa, en daar reeds was gelegen vóór de datum van aanvang van de tewerkstelling, eenmaal per 4 weken aanspraak op vergoeding van de kosten voor het reizen vanaf het in de normale reisroute liggende grensstation naar zijn woonplaats en terug. De aanspraak op de in de eerste volzin bedoelde vergoeding vervalt, indien de tewerkgestelde de reis niet aanvangt binnen 2 weken nadat hij de reis, naar het oordeel van de minister, redelijkerwijs had kunnen aanvangen.
3. Het bepaalde in artikel 14, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de vergoedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid.
2. De tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart en aan wie huisvesting van rijkswege is verleend, heeft, indien zijn woonplaats is gelegen buiten Nederland, doch binnen Europa, en daar reeds was gelegen vóór de datum van aanvang van de tewerkstelling, eenmaal per 4 weken aanspraak op vergoeding van de kosten voor het reizen vanaf het in de normale reisroute liggende grensstation naar zijn woonplaats en terug. De aanspraak op de in de eerste volzin bedoelde vergoeding vervalt, indien de tewerkgestelde de reis niet aanvangt binnen 2 weken nadat hij de reis, naar het oordeel van de minister, redelijkerwijs had kunnen aanvangen.
3. Het bepaalde in artikel 14, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de vergoedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid.