BWBR0005494
Geldig vanaf 1992-05-31
Artikel 48
Reglement rechtstoestand tewerkgestelden
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ‘afwezig zijn’ verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 53, tweede lid, van de wet.
2. De tewerkgestelde die afwezig is zonder dat daaraan een, naar het oordeel van de minister, geldige reden ten grondslag ligt, is ongeoorloofd afwezig.
3. Indien de tewerkgestelde afwezig is om onbekende redenen, dan wel om redenen waarvan de geldigheid niet terstond kan worden vastgesteld, doet het hoofd van dienst hiervan onverwijld mededeling aan de Directie TEGMD.
4. De minister kan de betalingen aan de tewerkgestelde te wiens aanzien een mededeling als bedoeld in het derde lid is ontvangen, terstond doen staken. Indien ten aanzien van de tewerkgestelde artikel 26 van de wettoepassing vindt, verzoekt de minister tevens aan de burgemeester door wiens zorg de kostwinnersvergoeding wordt uitbetaald, verdere uitbetaling te staken.
5. De Directie TEGMD stelt een onderzoek in naar de redenen van de afwezigheid.
6. De minister beslist aan de hand van de uitkomst van het in het vijfde lid bedoelde onderzoek omtrent de ongeoorloofdheid van de afwezigheid. Indien naar het oordeel van de minister aan de afwezigheid een geldige reden ten grondslag ligt worden eventueel krachtens het vierde lid getroffen maatregelen terstond ongedaan gemaakt.
7. De in het zesde lid bedoelde beslissing wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de tewerkgestelde meegedeeld.
8. De ongeoorloofde afwezigheid eindigt op het moment waarop de tewerkgestelde weer deelneemt aan de dagelijkse dienst. Indien de ongeoorloofde afwezigheid wordt beëindigd op een maandag voor de aanvang van de dagelijkse dienst, wordt de ongeoorloofde afwezigheid geacht te zijn beëindigd op de zaterdag daaraan voorafgaand, tenzij de tewerkgestelde voordien onregelmatige diensten, als bedoeld in artikel 32, onder e, verrichtte. Alsdan eindigt de ongeoorloofde afwezigheid op maandag, ongeacht de vraag of de tewerkgestelde op de zaterdag of zondag daaraan voorafgaand wel aan de dagelijkse dienst zou hebben moeten deelnemen.
9. Indien de ongeoorloofde afwezigheid wordt beëindigd op een tijdstip van de dag waarop de tewerkgestelde reeds aan de dagelijkse dienst had behoren deel te nemen, wordt de ongeoorloofde afwezigheid geacht te zijn beëindigd op het tijdstip dat voor de aanvang van de dagelijkse dienst is bepaald.
10. De minister doet de betalingen aan de tewerkgestelde die zijn ongeoorloofde afwezigheid heeft beëindigd, terstond, met ingang van de datum waarop de beëindiging plaatsvond, hervatten. Indien ter aanzien van de tewerkgestelde artikel 26 van de wettoepassing vindt, verzoekt de minister tevens aan de burgemeester door wiens zorg de kostwinnersvergoeding wordt uitbetaald, de uitbetaling terstond, met ingang van de datum waarop de ongeoorloofde afwezigheid werd beëindigd, te hervatten.
11. De minister doet aan de tewerkgestelde die zijn ongeoorloofde afwezigheid heeft beëindigd, zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling van de dag waarop de ongeoorloofde afwezigheid als beëindigd wordt beschouwd. Deze mededeling bevat tevens een opgave van het aantal dagen, dat de ongeoorloofde afwezigheid heeft geduurd.
12. Voor de bepaling van de duur van de ongeoorloofde afwezigheid wordt de ongeoorloofde afwezigheid, indien deze aanvangt op de dag waarop de tewerkgestelde reeds dagelijkse dienst heeft verricht, geacht te zijn aangevangen op het tijdstip dat voor de aanvang van de dagelijkse dienst is bepaald.
13. De ongeoorloofde afwezigheid wordt niet onderbroken door dagen waarop de tewerkgestelde, indien hij niet ongeoorloofd afwezig zou zijn geweest, geen dienst had behoeven te verrichten.
2. De tewerkgestelde die afwezig is zonder dat daaraan een, naar het oordeel van de minister, geldige reden ten grondslag ligt, is ongeoorloofd afwezig.
3. Indien de tewerkgestelde afwezig is om onbekende redenen, dan wel om redenen waarvan de geldigheid niet terstond kan worden vastgesteld, doet het hoofd van dienst hiervan onverwijld mededeling aan de Directie TEGMD.
4. De minister kan de betalingen aan de tewerkgestelde te wiens aanzien een mededeling als bedoeld in het derde lid is ontvangen, terstond doen staken. Indien ten aanzien van de tewerkgestelde artikel 26 van de wettoepassing vindt, verzoekt de minister tevens aan de burgemeester door wiens zorg de kostwinnersvergoeding wordt uitbetaald, verdere uitbetaling te staken.
5. De Directie TEGMD stelt een onderzoek in naar de redenen van de afwezigheid.
6. De minister beslist aan de hand van de uitkomst van het in het vijfde lid bedoelde onderzoek omtrent de ongeoorloofdheid van de afwezigheid. Indien naar het oordeel van de minister aan de afwezigheid een geldige reden ten grondslag ligt worden eventueel krachtens het vierde lid getroffen maatregelen terstond ongedaan gemaakt.
7. De in het zesde lid bedoelde beslissing wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de tewerkgestelde meegedeeld.
8. De ongeoorloofde afwezigheid eindigt op het moment waarop de tewerkgestelde weer deelneemt aan de dagelijkse dienst. Indien de ongeoorloofde afwezigheid wordt beëindigd op een maandag voor de aanvang van de dagelijkse dienst, wordt de ongeoorloofde afwezigheid geacht te zijn beëindigd op de zaterdag daaraan voorafgaand, tenzij de tewerkgestelde voordien onregelmatige diensten, als bedoeld in artikel 32, onder e, verrichtte. Alsdan eindigt de ongeoorloofde afwezigheid op maandag, ongeacht de vraag of de tewerkgestelde op de zaterdag of zondag daaraan voorafgaand wel aan de dagelijkse dienst zou hebben moeten deelnemen.
9. Indien de ongeoorloofde afwezigheid wordt beëindigd op een tijdstip van de dag waarop de tewerkgestelde reeds aan de dagelijkse dienst had behoren deel te nemen, wordt de ongeoorloofde afwezigheid geacht te zijn beëindigd op het tijdstip dat voor de aanvang van de dagelijkse dienst is bepaald.
10. De minister doet de betalingen aan de tewerkgestelde die zijn ongeoorloofde afwezigheid heeft beëindigd, terstond, met ingang van de datum waarop de beëindiging plaatsvond, hervatten. Indien ter aanzien van de tewerkgestelde artikel 26 van de wettoepassing vindt, verzoekt de minister tevens aan de burgemeester door wiens zorg de kostwinnersvergoeding wordt uitbetaald, de uitbetaling terstond, met ingang van de datum waarop de ongeoorloofde afwezigheid werd beëindigd, te hervatten.
11. De minister doet aan de tewerkgestelde die zijn ongeoorloofde afwezigheid heeft beëindigd, zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling van de dag waarop de ongeoorloofde afwezigheid als beëindigd wordt beschouwd. Deze mededeling bevat tevens een opgave van het aantal dagen, dat de ongeoorloofde afwezigheid heeft geduurd.
12. Voor de bepaling van de duur van de ongeoorloofde afwezigheid wordt de ongeoorloofde afwezigheid, indien deze aanvangt op de dag waarop de tewerkgestelde reeds dagelijkse dienst heeft verricht, geacht te zijn aangevangen op het tijdstip dat voor de aanvang van de dagelijkse dienst is bepaald.
13. De ongeoorloofde afwezigheid wordt niet onderbroken door dagen waarop de tewerkgestelde, indien hij niet ongeoorloofd afwezig zou zijn geweest, geen dienst had behoeven te verrichten.