BWBR0005494
Geldig vanaf 1992-05-31
Artikel 7
Reglement rechtstoestand tewerkgestelden
1. Indien de minister zulks in het belang van de dienst wenselijk acht, wordt de tewerkgestelde huisvesting en voeding van rijkswege verstrekt. De minister bepaalt waar de tewerkgestelde huisvesting en voeding van rijkswege krijgt.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ‘gezinsleden’ verstaan: de levenspartner van de tewerkgestelde, alsmede de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf en/of zijn levenspartner, voor zover zij met hem samenwonen.
3. De tewerkgestelde zonder gezinsleden aan wie huisvesting en voeding van rijkswege is verstrekt, is ter zake van voeding een vergoeding verschuldigd van f. 8,- voor elke dag, waarop hij deze, naar het oordeel van de minister, had kunnen ontvangen.
4. De vergoeding wordt maandelijks ingehouden op het zakgeld en berekend naar het aantal werkdagen in de desbetreffende maand.
5. De tewerkgestelde heeft geen aanspraak op huisvesting en voeding van rijkswege over de periode gedurende welke hij ingevolge artikel 5, tweede lid, geen recht heeft op zakgeld, dan wel een vrijheidsstraf, voorlopige hechtenis of gijzeling ondergaat.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ‘gezinsleden’ verstaan: de levenspartner van de tewerkgestelde, alsmede de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf en/of zijn levenspartner, voor zover zij met hem samenwonen.
3. De tewerkgestelde zonder gezinsleden aan wie huisvesting en voeding van rijkswege is verstrekt, is ter zake van voeding een vergoeding verschuldigd van f. 8,- voor elke dag, waarop hij deze, naar het oordeel van de minister, had kunnen ontvangen.
4. De vergoeding wordt maandelijks ingehouden op het zakgeld en berekend naar het aantal werkdagen in de desbetreffende maand.
5. De tewerkgestelde heeft geen aanspraak op huisvesting en voeding van rijkswege over de periode gedurende welke hij ingevolge artikel 5, tweede lid, geen recht heeft op zakgeld, dan wel een vrijheidsstraf, voorlopige hechtenis of gijzeling ondergaat.