BWBR0005494
Geldig vanaf 1992-05-31
Artikel 52
Reglement rechtstoestand tewerkgestelden
1. De betrekkingen van de tewerkgestelde die in een verpleeginrichting is opgenomen, hebben, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, recht op een tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten wegens een bezoek aan hem, zolang hij, als gevolg van zijn verpleging, niet in de gelegenheid is hen te bezoeken.
2. Indien een betrekking niet in staat is zelfstandig te reizen en het voor die betrekking niet mogelijk is samen te reizen met een betrekking voor wie recht op een tegemoetkoming bestaat, kan voor één begeleider eveneens een tegemoetkoming worden verleend.
3. Wegens reis- en verblijfkosten in verband met (inter)lokaal vervoer worden per periode van 7 dagen maximaal 7 tegemoetkomingen verleend. Het recht daarop ontstaat op de dag van opname in de verpleeginrichting.
4. Wegens reis- en verblijfkosten in verband met internationaal vervoer worden per periode van 7 dagen tegemoetkomingen verleend voor één bezoek van twee betrekkingen of voor twee bezoeken van één betrekking.
5. Indien een bezoek van bepaalde betrekkingen, naar het oordeel van de behandelend arts, zeer bevorderlijk is voor de genezing van de tewerkgestelde, kunnen hen tegemoetkomingen worden verleend voor meer bezoeken dan bepaald in het derde en vierde lid. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van alle betrekkingen, indien de tewerkgestelde, naar het oordeel van de behandelend arts, in levensgevaar verkeert.
6. Tegemoetkoming in de reiskosten wordt uitsluitend verleend wegens:
a. (inter)lokaal vervoer: indien de tewerkgestelde wordt verpleegd in Nederland of een buurland en zijn betrekkingen in hetzelfde land wonen of verblijven;
b. internationaal vervoer: indien de tewerkgestelde wordt verpleegd in: 1. een buurland, en zijn betrekkingen in Nederland wonen of verblijven;
2. Nederland, en zijn betrekkingen in een buurland wonen of verblijven;
3. een buurland, en zijn betrekkingen eveneens in een buurland wonen of verblijven, maar niet in het land waarin de tewerkgestelde wordt verpleegd.
1. een buurland, en zijn betrekkingen in Nederland wonen of verblijven;
2. Nederland, en zijn betrekkingen in een buurland wonen of verblijven;
3. een buurland, en zijn betrekkingen eveneens in een buurland wonen of verblijven, maar niet in het land waarin de tewerkgestelde wordt verpleegd.
7. Het bedrag van de tegemoetkoming in de reiskosten is bij het reizen met het openbaar vervoer gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten voor de heen- en terugreis, op de minst kostbare wijze.
8. Degene die gebruik maakt van een eigen vervoermiddel, waaronder begrepen een particulier vervoermiddel toebehorend aan een derde, wordt voor de toepassing van dit artikel geacht met het openbaar vervoer te reizen. Indien meer personen gebruik maken van hetzelfde eigen vervoermiddel, worden de reiskosten echter niet op een hoger bedrag gesteld dan de werkelijke kosten voor het gebruik van het eigen vervoermiddel.
9. Tegemoetkoming in de verblijfkosten wordt uitsluitend verleend voor:
a. één overnachting: indien de betrekking wegens een te grote afstand of beperkte verbindingen, dan wel wegens zijn gezondheidstoestand, de terugreis naar de plaats van herkomst niet op de dag van heenreis kan volbrengen.
b. meer dan één overnachting: indien de betrekking in verband met de toestand van de tewerkgestelde, naar het oordeel van de behandelend arts, onmiddellijk beschikbaar moet kunnen zijn, en de plaats van herkomst zodanig is gelegen, dat hieraan niet kan worden voldaan, indien de betrekking naar die plaats terugkeert.
10. Het bedrag van de tegemoetkoming in de verblijfkosten is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten voor voeding en huisvesting. De minister kan, indien het bedrag van de verblijfkosten hem bovenmatig voorkomt, het bedrag van de tegemoetkoming lager stellen.
11. De tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten wordt op een daartoe strekkend verzoek van de betrekkingen verleend. Het verzoek moet worden ingediend binnen één maand nadat de kosten zijn gemaakt en onder overlegging van de bewijsstukken.
12. De minister kan in bijzondere gevallen afwijken van het in dit artikel bepaalde.
2. Indien een betrekking niet in staat is zelfstandig te reizen en het voor die betrekking niet mogelijk is samen te reizen met een betrekking voor wie recht op een tegemoetkoming bestaat, kan voor één begeleider eveneens een tegemoetkoming worden verleend.
3. Wegens reis- en verblijfkosten in verband met (inter)lokaal vervoer worden per periode van 7 dagen maximaal 7 tegemoetkomingen verleend. Het recht daarop ontstaat op de dag van opname in de verpleeginrichting.
4. Wegens reis- en verblijfkosten in verband met internationaal vervoer worden per periode van 7 dagen tegemoetkomingen verleend voor één bezoek van twee betrekkingen of voor twee bezoeken van één betrekking.
5. Indien een bezoek van bepaalde betrekkingen, naar het oordeel van de behandelend arts, zeer bevorderlijk is voor de genezing van de tewerkgestelde, kunnen hen tegemoetkomingen worden verleend voor meer bezoeken dan bepaald in het derde en vierde lid. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van alle betrekkingen, indien de tewerkgestelde, naar het oordeel van de behandelend arts, in levensgevaar verkeert.
6. Tegemoetkoming in de reiskosten wordt uitsluitend verleend wegens:
a. (inter)lokaal vervoer: indien de tewerkgestelde wordt verpleegd in Nederland of een buurland en zijn betrekkingen in hetzelfde land wonen of verblijven;
b. internationaal vervoer: indien de tewerkgestelde wordt verpleegd in: 1. een buurland, en zijn betrekkingen in Nederland wonen of verblijven;
2. Nederland, en zijn betrekkingen in een buurland wonen of verblijven;
3. een buurland, en zijn betrekkingen eveneens in een buurland wonen of verblijven, maar niet in het land waarin de tewerkgestelde wordt verpleegd.
1. een buurland, en zijn betrekkingen in Nederland wonen of verblijven;
2. Nederland, en zijn betrekkingen in een buurland wonen of verblijven;
3. een buurland, en zijn betrekkingen eveneens in een buurland wonen of verblijven, maar niet in het land waarin de tewerkgestelde wordt verpleegd.
7. Het bedrag van de tegemoetkoming in de reiskosten is bij het reizen met het openbaar vervoer gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten voor de heen- en terugreis, op de minst kostbare wijze.
8. Degene die gebruik maakt van een eigen vervoermiddel, waaronder begrepen een particulier vervoermiddel toebehorend aan een derde, wordt voor de toepassing van dit artikel geacht met het openbaar vervoer te reizen. Indien meer personen gebruik maken van hetzelfde eigen vervoermiddel, worden de reiskosten echter niet op een hoger bedrag gesteld dan de werkelijke kosten voor het gebruik van het eigen vervoermiddel.
9. Tegemoetkoming in de verblijfkosten wordt uitsluitend verleend voor:
a. één overnachting: indien de betrekking wegens een te grote afstand of beperkte verbindingen, dan wel wegens zijn gezondheidstoestand, de terugreis naar de plaats van herkomst niet op de dag van heenreis kan volbrengen.
b. meer dan één overnachting: indien de betrekking in verband met de toestand van de tewerkgestelde, naar het oordeel van de behandelend arts, onmiddellijk beschikbaar moet kunnen zijn, en de plaats van herkomst zodanig is gelegen, dat hieraan niet kan worden voldaan, indien de betrekking naar die plaats terugkeert.
10. Het bedrag van de tegemoetkoming in de verblijfkosten is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten voor voeding en huisvesting. De minister kan, indien het bedrag van de verblijfkosten hem bovenmatig voorkomt, het bedrag van de tegemoetkoming lager stellen.
11. De tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten wordt op een daartoe strekkend verzoek van de betrekkingen verleend. Het verzoek moet worden ingediend binnen één maand nadat de kosten zijn gemaakt en onder overlegging van de bewijsstukken.
12. De minister kan in bijzondere gevallen afwijken van het in dit artikel bepaalde.