BWBR0005494
Geldig vanaf 1992-05-31
Artikel 19
Reglement rechtstoestand tewerkgestelden
1. De tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart en die (voorshands) ongeoorloofd afwezig is uit de tewerkstelling, zal door de minister voor iedere dag, dat de ongeoorloofde afwezigheid duurt, een bedrag in rekening worden gebracht ter grootte van de dan geldende waarde van de DOV-kaart gedeeld door 365.
2. Indien de tewerkgestelde de DOV-kaart overlegt aan de Directie TEGMD op een tijdstip gelegen voor de datum van beëindiging van de (voorshands) ongeoorloofde afwezigheid, wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag per dag slechts in rekening gebracht tot dat tijdstip.
3. Indien het bepaalde in het tweede lid toepassing heeft gevonden, wordt op de dag van beëindiging van de (voorshands) ongeoorloofde afwezigheid, de DOV-kaart door de Directie TEGMD opgezonden naar het hoofd van dienst. De tewerkgestelde heeft over de periode gelegen tussen de verzending en het weer ontvangen van de DOV-kaart geen aanspraak op een vervangende tegemoetkoming in de kosten voor het reizen.
4. Het bepaalde in artikel 31, derde en vierde lid, van de Wet is van overeenkomstige toepassing op de inning van de in het eerste en tweede lid bedoelde bedrag.
2. Indien de tewerkgestelde de DOV-kaart overlegt aan de Directie TEGMD op een tijdstip gelegen voor de datum van beëindiging van de (voorshands) ongeoorloofde afwezigheid, wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag per dag slechts in rekening gebracht tot dat tijdstip.
3. Indien het bepaalde in het tweede lid toepassing heeft gevonden, wordt op de dag van beëindiging van de (voorshands) ongeoorloofde afwezigheid, de DOV-kaart door de Directie TEGMD opgezonden naar het hoofd van dienst. De tewerkgestelde heeft over de periode gelegen tussen de verzending en het weer ontvangen van de DOV-kaart geen aanspraak op een vervangende tegemoetkoming in de kosten voor het reizen.
4. Het bepaalde in artikel 31, derde en vierde lid, van de Wet is van overeenkomstige toepassing op de inning van de in het eerste en tweede lid bedoelde bedrag.