BWBR0005494
Geldig vanaf 1992-05-31
Artikel 23
Reglement rechtstoestand tewerkgestelden
1. Het bepaalde in deze paragraaf is niet van toepassing ten aanzien van de tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een Defensie-kaart openbaar vervoer, tenzij in paragraaf 4 anders is bepaald.
2. In deze paragraaf wordt, tenzij anders is bepaald, onder reiskosten verstaan: de werkelijk gemaakte kosten voor het reizen met het openbaar vervoer, op de voor het rijk minst kostbare wijze, van de plaats van vertrek tot de plaats van bestemming.
3. Waar in deze paragraaf wordt gesproken over een eigen vervoermiddel, motorvoertuig of bromfiets, wordt daaronder mede begrepen een particulier(e) vervoermiddel, motorvoertuig of bromfiets toebehorend aan een derde.
4. De tewerkgestelde die gebruik maakt van een eigen vervoermiddel, wordt voor de vergoeding van de reiskosten geacht met het openbaar vervoer te reizen.
Vergoeding blijft achterwege:
a. indien hij niet in het bezit is van een door de minister verleende machtiging tot het gebruik van het eigen vervoermiddel;
b. voor zover hij, indien hij met het openbaar vervoer zou hebben gereisd, geen recht op vergoeding zou hebben gehad.
5. De aanvraag voor de in het vierde lid onder a) bedoelde machtiging wordt ingediend bij de Directie TEGMD.
6. De minister kan een machtiging tot het gebruik van een eigen vervoermiddel intrekken.
2. In deze paragraaf wordt, tenzij anders is bepaald, onder reiskosten verstaan: de werkelijk gemaakte kosten voor het reizen met het openbaar vervoer, op de voor het rijk minst kostbare wijze, van de plaats van vertrek tot de plaats van bestemming.
3. Waar in deze paragraaf wordt gesproken over een eigen vervoermiddel, motorvoertuig of bromfiets, wordt daaronder mede begrepen een particulier(e) vervoermiddel, motorvoertuig of bromfiets toebehorend aan een derde.
4. De tewerkgestelde die gebruik maakt van een eigen vervoermiddel, wordt voor de vergoeding van de reiskosten geacht met het openbaar vervoer te reizen.
Vergoeding blijft achterwege:
a. indien hij niet in het bezit is van een door de minister verleende machtiging tot het gebruik van het eigen vervoermiddel;
b. voor zover hij, indien hij met het openbaar vervoer zou hebben gereisd, geen recht op vergoeding zou hebben gehad.
5. De aanvraag voor de in het vierde lid onder a) bedoelde machtiging wordt ingediend bij de Directie TEGMD.
6. De minister kan een machtiging tot het gebruik van een eigen vervoermiddel intrekken.