BWBR0005494
Geldig vanaf 1992-05-31
Artikel 18
Reglement rechtstoestand tewerkgestelden
1. In individuele gevallen, waarin het gebruik van een openbaar middel van vervoer wat de reistijd betreft voor de tewerkgestelde tot onaanvaardbare consequenties zou leiden, dienen, op verzoek van de tewerkgestelde die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart, door het hoofd van dienst voorzieningen, anders dan een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen, ter voorkoming of verlichting van die consequenties te worden getroffen, voor zover het dienstbelang zich daartegen niet verzet.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde voorzieningen niet toereikend zijn, kan, op verzoek van de tewerkgestelde en door tussenkomst van het hoofd van dienst, door de minister een tegemoetkoming in de kosten ter zake van het reizen met een eigen middel van vervoer worden gegeven overeenkomstig het bepaalde in deze regeling. Het bepaalde in artikel 14, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de in de eerste volzin bedoelde tegemoetkoming.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde voorzieningen niet toereikend zijn, kan, op verzoek van de tewerkgestelde en door tussenkomst van het hoofd van dienst, door de minister een tegemoetkoming in de kosten ter zake van het reizen met een eigen middel van vervoer worden gegeven overeenkomstig het bepaalde in deze regeling. Het bepaalde in artikel 14, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de in de eerste volzin bedoelde tegemoetkoming.