BWBR0005494
Geldig vanaf 1992-05-31
Artikel 37
Reglement rechtstoestand tewerkgestelden
1. Verlof wordt onderscheiden in:
a. vakantieverlof;
b. buitengewoon verlof;
c. extra verlof als bedoeld in artikel 63, lid 2 onder c.
2. Verlof wordt verleend door het hoofd van dienst tenzij anders is bepaald.
Het hoofd van dienst houdt aantekening van het verlof dat hij aan de tewerkgestelde verleent.
3. Het hoofd van dienst kan om redenen van dienstbelang verlof niet verlenen, dan wel reeds door hem verleend verlof intrekken.
4. De aanvraag voor buitengewoon verlof dat door de minister wordt verleend, wordt, door tussenkomst van het hoofd van dienst, ingediend bij de Directie TEGMD. Het hoofd van dienst vermeldt op de aanvraag of het dienstbelang zich tegen het verlenen van het buitengewoon verlof verzet.
5. De minister kan het door hem verleende buitengewoon verlof intrekken, voor zover dat buitengewoon verlof, naar zijn oordeel, niet of niet langer gebruikt wordt voor het doel waarvoor het is verleend.
6. Verlof wordt verleend met bezwaar van 's rijks schatkist tenzij anders is bepaald.
7. Van de tewerkgestelde kan een bewijsstuk worden gevorderd waaruit de gegrondheid van het te verlenen, dan wel reeds verleende, buitengewoon verlof blijkt.
8. De tewerkgestelde die zich met verlof bevindt, is verplicht ervoor te zorgen dat mededelingen ter zake van zijn tewerkstelling hem onverwijld kunnen bereiken.
a. vakantieverlof;
b. buitengewoon verlof;
c. extra verlof als bedoeld in artikel 63, lid 2 onder c.
2. Verlof wordt verleend door het hoofd van dienst tenzij anders is bepaald.
Het hoofd van dienst houdt aantekening van het verlof dat hij aan de tewerkgestelde verleent.
3. Het hoofd van dienst kan om redenen van dienstbelang verlof niet verlenen, dan wel reeds door hem verleend verlof intrekken.
4. De aanvraag voor buitengewoon verlof dat door de minister wordt verleend, wordt, door tussenkomst van het hoofd van dienst, ingediend bij de Directie TEGMD. Het hoofd van dienst vermeldt op de aanvraag of het dienstbelang zich tegen het verlenen van het buitengewoon verlof verzet.
5. De minister kan het door hem verleende buitengewoon verlof intrekken, voor zover dat buitengewoon verlof, naar zijn oordeel, niet of niet langer gebruikt wordt voor het doel waarvoor het is verleend.
6. Verlof wordt verleend met bezwaar van 's rijks schatkist tenzij anders is bepaald.
7. Van de tewerkgestelde kan een bewijsstuk worden gevorderd waaruit de gegrondheid van het te verlenen, dan wel reeds verleende, buitengewoon verlof blijkt.
8. De tewerkgestelde die zich met verlof bevindt, is verplicht ervoor te zorgen dat mededelingen ter zake van zijn tewerkstelling hem onverwijld kunnen bereiken.