BWBR0052951
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 17
Wet op de Nederlandse identiteitskaart
1. De in artikel 15 bedoelde autoriteit verschaft zich de nodige zekerheid over de identiteit en de nationaliteit van de aanvrager.
2. De aanvrager kan worden verzocht in verband met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de nodige bewijsstukken over te leggen.
3. De aanvrager van een Nederlandse identiteitskaart verschijnt persoonlijk voor de bovenbedoelde autoriteit.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gegevens die in de aanvraag worden opgenomen en de wijze waarop dit gebeurt, over de door de betrokkene in het kader van het aanvraag- en uitgifteproces van identiteitskaarten over te leggen bescheiden en de beoordeling daarvan, alsmede over de beveiliging van dit proces.
2. De aanvrager kan worden verzocht in verband met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de nodige bewijsstukken over te leggen.
3. De aanvrager van een Nederlandse identiteitskaart verschijnt persoonlijk voor de bovenbedoelde autoriteit.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gegevens die in de aanvraag worden opgenomen en de wijze waarop dit gebeurt, over de door de betrokkene in het kader van het aanvraag- en uitgifteproces van identiteitskaarten over te leggen bescheiden en de beoordeling daarvan, alsmede over de beveiliging van dit proces.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052951
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl