BWBR0052951
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 20
Wet op de Nederlandse identiteitskaart
1. De aanvrager levert alle Nederlandse identiteitskaarten die op zijn naam zijn gesteld in, tenzij artikel 19 van toepassing is.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, levert de aanvrager van een vervangende Nederlandse identiteitskaart alle reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld in, tenzij artikel 31 van de Paspoortwet van toepassing is.
3. De inlevering als bedoeld in het eerste en tweede lid geschiedt bij de uitreiking.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, levert de aanvrager van een vervangende Nederlandse identiteitskaart alle reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld in, tenzij artikel 31 van de Paspoortwet van toepassing is.
3. De inlevering als bedoeld in het eerste en tweede lid geschiedt bij de uitreiking.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052951
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl