BWBR0052951
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 5
Wet op de Nederlandse identiteitskaart
1. In het basisregister reisdocumenten worden met betrekking tot Nederlandse identiteitskaarten de volgende gegevens opgenomen:
a. gegevens als bedoeld in artikel 3, eerste, vierde, vijfde, en zesde lid;
b. woonplaats en adres van de houder;
c. gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd, met uitzondering van de gezichtsopname, handtekening en vingerafdrukken van de aanvrager, en gegevens die betrekking hebben op de status van een identiteitskaart, alsmede de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt en de datum waarop de gegevens zijn verstrekt;
d. gegevens met betrekking tot de status van de identiteitskaart als publiek identificatiemiddel.
2. De autoriteiten, belast met de uitvoering van deze wet, en de bestuursorganen en aangewezen organisaties bedoeld in de Wet digitale overheid verstrekken de in het basisregister reisdocumenten op te nemen gegevens met betrekking tot de Nederlandse identiteitskaarten aan Onze Minister.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere organen, instellingen en personen voor verstrekking worden aangewezen die bij de uitoefening van hun wettelijke taak over gegevens met betrekking tot de Nederlandse identiteitskaart komen te beschikken die van belang zijn voor de bijhouding van het basisregister reisdocumenten.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gegevensverwerking in het basisregister reisdocumenten op grond van deze wet.
a. gegevens als bedoeld in artikel 3, eerste, vierde, vijfde, en zesde lid;
b. woonplaats en adres van de houder;
c. gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd, met uitzondering van de gezichtsopname, handtekening en vingerafdrukken van de aanvrager, en gegevens die betrekking hebben op de status van een identiteitskaart, alsmede de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt en de datum waarop de gegevens zijn verstrekt;
d. gegevens met betrekking tot de status van de identiteitskaart als publiek identificatiemiddel.
2. De autoriteiten, belast met de uitvoering van deze wet, en de bestuursorganen en aangewezen organisaties bedoeld in de Wet digitale overheid verstrekken de in het basisregister reisdocumenten op te nemen gegevens met betrekking tot de Nederlandse identiteitskaarten aan Onze Minister.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere organen, instellingen en personen voor verstrekking worden aangewezen die bij de uitoefening van hun wettelijke taak over gegevens met betrekking tot de Nederlandse identiteitskaart komen te beschikken die van belang zijn voor de bijhouding van het basisregister reisdocumenten.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gegevensverwerking in het basisregister reisdocumenten op grond van deze wet.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052951
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl