BWBR0052951
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 9
Wet op de Nederlandse identiteitskaart
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:
a. de door een gemeente of een openbaar lichaam ter zake van Nederlandse identiteitskaarten aan het Rijk verschuldigde kosten, de afdracht daarvan en de wijze waarop deze geschiedt, indien de aanvraag is ingediend bij de burgemeester of de gezaghebber;
b. de door de aanvrager aan het Rijk verschuldigde rechten en de wijze waarop deze moeten worden voldaan, wegens handelingen ten behoeve van de aanvraag van Nederlandse identiteitskaarten indien de aanvraag bij een andere daartoe bevoegde autoriteit dan die, bedoeld onder a, is ingediend;
c. de gevallen waarin van de plicht tot betaling van de kosten, bedoeld in onderdeel a, onderscheidenlijk van de rechten bedoeld in onderdeel b, geheel of gedeeltelijk ontheffing kan worden verleend.
2. Voor het verrichten van handelingen door de burgemeester van een gemeente of de gezaghebber van een openbaar lichaam ten behoeve van de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart kunnen rechten worden geheven. Voor die handelingen kunnen geen andere dan deze rechten worden geheven. Het tarief van de rechten kan verschillen al naar gelang de leeftijd van de aanvrager, het feit of deze in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven, de soort en de geldigheidsduur van de identiteitskaart en de snelheid en de wijze van uitreiking.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan met betrekking tot een in Nederland aangevraagde Nederlandse identiteitskaart worden bepaald dat de door de aanvrager bij de aanvraag aan het Rijk, een gemeente of een openbaar lichaam verschuldigde rechten of leges een bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag niet te boven gaan.
4. Indien de aanvraag wordt gedaan bij de burgemeester van een gemeente worden de in het tweede lid bedoelde rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen. Hoofdstuk XV, paragraaf 1 en 4, van de Gemeentewet is van toepassing. De artikelen 229b en 229c van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de aanvraag wordt gedaan bij de gezaghebber van een openbaar lichaam worden de in het tweede lid bedoelde rechten aangemerkt als eilandbelastingen. Hoofdstuk IV, paragraaf 1 en 4, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is van toepassing. De artikelen 64 en 65 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Hetgeen krachtens het eerste tot en met vijfde lid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, bij gemeentelijke verordening of bij eilandsraadsverordening is geregeld voor de Nederlandse identiteitskaart met een geldigheidsduur van vijf jaren is mede van toepassing op de vervangende Nederlandse identiteitskaart, tenzij krachtens dat eerste tot en met vijfde lid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, gemeentelijke verordening of eilandsraadsverordening anders is bepaald.
a. de door een gemeente of een openbaar lichaam ter zake van Nederlandse identiteitskaarten aan het Rijk verschuldigde kosten, de afdracht daarvan en de wijze waarop deze geschiedt, indien de aanvraag is ingediend bij de burgemeester of de gezaghebber;
b. de door de aanvrager aan het Rijk verschuldigde rechten en de wijze waarop deze moeten worden voldaan, wegens handelingen ten behoeve van de aanvraag van Nederlandse identiteitskaarten indien de aanvraag bij een andere daartoe bevoegde autoriteit dan die, bedoeld onder a, is ingediend;
c. de gevallen waarin van de plicht tot betaling van de kosten, bedoeld in onderdeel a, onderscheidenlijk van de rechten bedoeld in onderdeel b, geheel of gedeeltelijk ontheffing kan worden verleend.
2. Voor het verrichten van handelingen door de burgemeester van een gemeente of de gezaghebber van een openbaar lichaam ten behoeve van de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart kunnen rechten worden geheven. Voor die handelingen kunnen geen andere dan deze rechten worden geheven. Het tarief van de rechten kan verschillen al naar gelang de leeftijd van de aanvrager, het feit of deze in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven, de soort en de geldigheidsduur van de identiteitskaart en de snelheid en de wijze van uitreiking.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan met betrekking tot een in Nederland aangevraagde Nederlandse identiteitskaart worden bepaald dat de door de aanvrager bij de aanvraag aan het Rijk, een gemeente of een openbaar lichaam verschuldigde rechten of leges een bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag niet te boven gaan.
4. Indien de aanvraag wordt gedaan bij de burgemeester van een gemeente worden de in het tweede lid bedoelde rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen. Hoofdstuk XV, paragraaf 1 en 4, van de Gemeentewet is van toepassing. De artikelen 229b en 229c van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de aanvraag wordt gedaan bij de gezaghebber van een openbaar lichaam worden de in het tweede lid bedoelde rechten aangemerkt als eilandbelastingen. Hoofdstuk IV, paragraaf 1 en 4, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is van toepassing. De artikelen 64 en 65 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Hetgeen krachtens het eerste tot en met vijfde lid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, bij gemeentelijke verordening of bij eilandsraadsverordening is geregeld voor de Nederlandse identiteitskaart met een geldigheidsduur van vijf jaren is mede van toepassing op de vervangende Nederlandse identiteitskaart, tenzij krachtens dat eerste tot en met vijfde lid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, gemeentelijke verordening of eilandsraadsverordening anders is bepaald.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052951
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl