BWBR0052951
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 28
Wet op de Nederlandse identiteitskaart
1. Bevoegd tot weigering van de Nederlandse identiteitskaart op grond van artikel 13 zijn de autoriteiten bedoeld in artikel 25.
2. De tot weigering bevoegde autoriteit die een aanvraag in behandeling neemt betreffende een persoon ten aanzien van wie een mededeling als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de Paspoortwet is gedaan, overtuigt zich er terstond van of de gronden tot weigering ten aanzien van betrokkene nog bestaan.
3. Op verzoek van de tot weigering bevoegde autoriteit zendt Onze Minister aan deze de in het register opgenomen gegevens van de betrokkene toe.
4. Een vervangende Nederlandse identiteitskaart kan niet worden geweigerd.
2. De tot weigering bevoegde autoriteit die een aanvraag in behandeling neemt betreffende een persoon ten aanzien van wie een mededeling als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de Paspoortwet is gedaan, overtuigt zich er terstond van of de gronden tot weigering ten aanzien van betrokkene nog bestaan.
3. Op verzoek van de tot weigering bevoegde autoriteit zendt Onze Minister aan deze de in het register opgenomen gegevens van de betrokkene toe.
4. Een vervangende Nederlandse identiteitskaart kan niet worden geweigerd.
- Citeren als
- Art. 28
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052951
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl