BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.3.11
Regeling permanente eisen
1. De hoeveelheid roet, uitgedrukt in de absorptiecoëfficiënt (k-waarde), van de uitlaatgassen van personenauto’s en bedrijfsauto’s met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking, bepaald volgens de in artikel 2.3.12omschreven meting, mag de:
a. 3,0 m-1 voor een motor met drukvulling niet overschrijden indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 1979, doch voor 1 juli 2008, tenzij in het kentekenregister een hogere absorptiecoëfficiënt is vermeld;
b. 2,5 m-1 niet overschrijden indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 1979, doch voor 1 juli 2008, tenzij in het kentekenregister een hogere absorptiecoëfficiënt is vermeld;
c. 1,5 m-1 niet overschrijden indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 juni 2008, tenzij in het kentekenregister een hogere absorptiecoëfficiënt is vermeld.
2. Om de in het eerste lid bedoelde maximum hoeveelheid roet te bepalen moeten bij de in artikel 2.3.12bedoelde meting de volgende gegevens worden gehanteerd:
a. stationaire toerental: het werkelijke stationaire toerental, waarbij ten behoeve van het invoeren in de roetmeter moet worden aangehouden als: 1°. minimum: 400 omw/min, en
2°. maximum: 1000 omw/min;
1°. minimum: 400 omw/min, en
2°. maximum: 1000 omw/min;
b. afregeltoerental: het geschatte afregeltoerental met een ruime marge;
c. minimummotorolietemperatuur: 60 °C
3. De in artikel 2.3.12omschreven meting kan achterwege blijven indien de personenauto of de bedrijfsauto is uitgerust met een comprexlader.
a. 3,0 m-1 voor een motor met drukvulling niet overschrijden indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 1979, doch voor 1 juli 2008, tenzij in het kentekenregister een hogere absorptiecoëfficiënt is vermeld;
b. 2,5 m-1 niet overschrijden indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 1979, doch voor 1 juli 2008, tenzij in het kentekenregister een hogere absorptiecoëfficiënt is vermeld;
c. 1,5 m-1 niet overschrijden indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 juni 2008, tenzij in het kentekenregister een hogere absorptiecoëfficiënt is vermeld.
2. Om de in het eerste lid bedoelde maximum hoeveelheid roet te bepalen moeten bij de in artikel 2.3.12bedoelde meting de volgende gegevens worden gehanteerd:
a. stationaire toerental: het werkelijke stationaire toerental, waarbij ten behoeve van het invoeren in de roetmeter moet worden aangehouden als: 1°. minimum: 400 omw/min, en
2°. maximum: 1000 omw/min;
1°. minimum: 400 omw/min, en
2°. maximum: 1000 omw/min;
b. afregeltoerental: het geschatte afregeltoerental met een ruime marge;
c. minimummotorolietemperatuur: 60 °C
3. De in artikel 2.3.12omschreven meting kan achterwege blijven indien de personenauto of de bedrijfsauto is uitgerust met een comprexlader.