BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.8.33
Regeling permanente eisen
1. De extrapolatiedruk wordt gesteld op 6 bar, tenzij:
blijkt dat de druk in de remcilinders van een as wordt begrensd doordat een ventiel of een remkrachtregelaar bij de toegestane maximum massa onder een as de ingestuurde druk reduceert, is de extrapolatiedruk voor die as gelijk aan de begrensde druk;
door middel van documentatie van de voertuigfabrikant of, indien het voertuig is uitgerust met een automatische lastafhankelijke remkrachtregelaaar, door middel van de gegevens op de ALR-plaat, wordt aangetoond dat de gegarandeerde druk in de remcilinders hoger ligt dan 6 bar. In dat geval mag deze hogere druk als extrapolatiedruk worden gebruikt.
2. Voordat tot extrapolatie wordt overgegaan, moet voor iedere as worden vastgesteld:
de maximale remkrachten aan de wielen met de bijbehorende pedaalkrachten, of
bij drukluchtremsystemen de benodigde druk in de remcilinder om de maximale remkrachten aan de wielen te bereiken.
3. Met ingang van 1 januari 1996 moet, indien voor de extrapolatie gebruik wordt gemaakt van een formule waarin de drukfactor
[tabel]
voorkomt, deze drukfactor kleiner of gelijk zijn aan 3.
4. Indien de in het derde lid genoemde drukfactor van een as groter is dan 3: a. moet de betreffende as worden belast door op het voertuig een last te plaatsen, of b. door de belasting op die as te vergroten door middel van spanbanden of spankettingen, waarna opnieuw de remkrachten van de betreffende as moeten worden bepaald, tenzij de berekende remvertraging groter dan of gelijk is aan de minimaal vereiste remvertraging, bij herberekening met een drukfactor 3.
blijkt dat de druk in de remcilinders van een as wordt begrensd doordat een ventiel of een remkrachtregelaar bij de toegestane maximum massa onder een as de ingestuurde druk reduceert, is de extrapolatiedruk voor die as gelijk aan de begrensde druk;
door middel van documentatie van de voertuigfabrikant of, indien het voertuig is uitgerust met een automatische lastafhankelijke remkrachtregelaaar, door middel van de gegevens op de ALR-plaat, wordt aangetoond dat de gegarandeerde druk in de remcilinders hoger ligt dan 6 bar. In dat geval mag deze hogere druk als extrapolatiedruk worden gebruikt.
2. Voordat tot extrapolatie wordt overgegaan, moet voor iedere as worden vastgesteld:
de maximale remkrachten aan de wielen met de bijbehorende pedaalkrachten, of
bij drukluchtremsystemen de benodigde druk in de remcilinder om de maximale remkrachten aan de wielen te bereiken.
3. Met ingang van 1 januari 1996 moet, indien voor de extrapolatie gebruik wordt gemaakt van een formule waarin de drukfactor
[tabel]
voorkomt, deze drukfactor kleiner of gelijk zijn aan 3.
4. Indien de in het derde lid genoemde drukfactor van een as groter is dan 3: a. moet de betreffende as worden belast door op het voertuig een last te plaatsen, of b. door de belasting op die as te vergroten door middel van spanbanden of spankettingen, waarna opnieuw de remkrachten van de betreffende as moeten worden bepaald, tenzij de berekende remvertraging groter dan of gelijk is aan de minimaal vereiste remvertraging, bij herberekening met een drukfactor 3.