BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.8.47
Regeling permanente eisen
1. Bij de vaststelling van de maximale remkrachten zoals bedoeld in artikel 2.8.46, onderdeel a, moet het volgende in acht worden genomen:
bij de remtest moet de remwerking langzaam worden opgevoerd en op het moment van aflezen worden vastgehouden;
de maximale remkracht wordt bereikt wanneer: 1°. de maximale remcilinderdruk wordt ingestuurd,
2°. één of meer wielen van het voertuig blokkeren, of
3°. de rollenremtestbank afslaat.
1°. de maximale remcilinderdruk wordt ingestuurd,
2°. één of meer wielen van het voertuig blokkeren, of
3°. de rollenremtestbank afslaat.
2. Indien de remkracht op één wiel tussen twee waarden schommelt of de remkrachten op beide wielen van een as tussen twee waarden schommelen, moeten per wiel de minimale en maximale remkracht worden gemiddeld en wordt dit gemiddelde gebruikt als remkracht voor dat wiel.
bij de remtest moet de remwerking langzaam worden opgevoerd en op het moment van aflezen worden vastgehouden;
de maximale remkracht wordt bereikt wanneer: 1°. de maximale remcilinderdruk wordt ingestuurd,
2°. één of meer wielen van het voertuig blokkeren, of
3°. de rollenremtestbank afslaat.
1°. de maximale remcilinderdruk wordt ingestuurd,
2°. één of meer wielen van het voertuig blokkeren, of
3°. de rollenremtestbank afslaat.
2. Indien de remkracht op één wiel tussen twee waarden schommelt of de remkrachten op beide wielen van een as tussen twee waarden schommelen, moeten per wiel de minimale en maximale remkracht worden gemiddeld en wordt dit gemiddelde gebruikt als remkracht voor dat wiel.