BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 4.2
Regeling permanente eisen
De linkerbuitenspiegel van het motorrijtuig, met uitzondering van een motorfiets, moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 1 of 2, waarbij de bestuurder:
een punt op het wegdek, gelegen op 10,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 2,50 m naast het meest links gelegen punt van de lading of aanhangwagen, en
een deel van de linkerzijde van de lading of aanhangwagen, en
de horizon kan zien, en hij tevens recht naar achteren kan kijken.
een punt op het wegdek, gelegen op 10,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 2,50 m naast het meest links gelegen punt van de lading of aanhangwagen, en
een deel van de linkerzijde van de lading of aanhangwagen, en
de horizon kan zien, en hij tevens recht naar achteren kan kijken.