BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.8.50
Regeling permanente eisen
1. De extrapolatiedruk wordt gesteld op:
6,5 bar indien het een aanhangwagen, betreft in gebruik genomen na 31 december 1997,
6 bar indien het een aanhangwagen betreft in gebruik genomen voor 1 januari 1998, of
4,5 bar indien het een aanhangwagen betreft met een éénleidingremsysteem dan wel een gecombineerd één- en tweeleidingremsysteem.
2. Indien blijkt dat de druk in de remcilinders wordt begrensd, doordat een ventiel of een remkrachtregelaar bij de toegestane maximummassa onder een as de ingestuurde druk reduceert, is de extrapolatiedruk gelijk aan de begrensde druk.
3. Bij de extrapolatie wordt de rolweerstand meegerekend.
6,5 bar indien het een aanhangwagen, betreft in gebruik genomen na 31 december 1997,
6 bar indien het een aanhangwagen betreft in gebruik genomen voor 1 januari 1998, of
4,5 bar indien het een aanhangwagen betreft met een éénleidingremsysteem dan wel een gecombineerd één- en tweeleidingremsysteem.
2. Indien blijkt dat de druk in de remcilinders wordt begrensd, doordat een ventiel of een remkrachtregelaar bij de toegestane maximummassa onder een as de ingestuurde druk reduceert, is de extrapolatiedruk gelijk aan de begrensde druk.
3. Bij de extrapolatie wordt de rolweerstand meegerekend.