BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 3.4.6a
Regeling permanente eisen
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. bromfietsrollentestbank: meetmiddel waarmee de maximum constructiesnelheid van een bromfiets kan worden onderzocht door het meten van de omtreksnelheid van de rollen terwijl de rollen een weerstand opwekken overeenkomend met de weerstand die het voertuig op de weg zou ondervinden;
b. bromfiets: voertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wegenverkeerswet 1994;
c. gemiddelde waarde: rekenkundig gemiddelde van op vaste tijdsafstanden bepaalde momentele waarden, in aantal voldoende voor de bepaling van het werkelijke gemiddelde;
d. resulterende meetwaarde: de door de bromfietsrollentestbank aangewezen of afgedrukte waarde die als uiteindelijk resultaat van de test wordt gepresenteerd;
e. rotatieperiode: tijdsperiode overeenkomend met een omwenteling van een voertuigwiel met een voor de desbetreffende bromfietsrollentestbank relevante afmeting;
f. wegweerstand: de sommatie van de bij een bepaalde snelheid optredende rolweerstand en luchtweerstand onder de condities als beschreven in Bijlage I van de Richtlijn 95/1/EG;
g. luchtweerstand: weerstand ten gevolge van de bij een bepaalde snelheid door de lucht opgewekte kracht op een voertuig met bestuurder;
h. rolweerstand: weerstand ten gevolge van het rollen van een voertuigwiel over de weg.
2. Onder de volgende begrippen wordt in deze paragraaf verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in de Voorschriften meetmiddelen 1997:
a. testaansluiting;
b. primair meetsignaal;
c. fout;
d. maximale fout;
e. digitale aanwijzing;
f. analoge aanwijzing;
g. aanwijsbereik;
h. eerste keuring;
i. certificaat van eerste keuring;
j. herkeuring;
k. certificaat van herkeuring;
l. typekeuring;
m. typekeuringscertificaat.
a. bromfietsrollentestbank: meetmiddel waarmee de maximum constructiesnelheid van een bromfiets kan worden onderzocht door het meten van de omtreksnelheid van de rollen terwijl de rollen een weerstand opwekken overeenkomend met de weerstand die het voertuig op de weg zou ondervinden;
b. bromfiets: voertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wegenverkeerswet 1994;
c. gemiddelde waarde: rekenkundig gemiddelde van op vaste tijdsafstanden bepaalde momentele waarden, in aantal voldoende voor de bepaling van het werkelijke gemiddelde;
d. resulterende meetwaarde: de door de bromfietsrollentestbank aangewezen of afgedrukte waarde die als uiteindelijk resultaat van de test wordt gepresenteerd;
e. rotatieperiode: tijdsperiode overeenkomend met een omwenteling van een voertuigwiel met een voor de desbetreffende bromfietsrollentestbank relevante afmeting;
f. wegweerstand: de sommatie van de bij een bepaalde snelheid optredende rolweerstand en luchtweerstand onder de condities als beschreven in Bijlage I van de Richtlijn 95/1/EG;
g. luchtweerstand: weerstand ten gevolge van de bij een bepaalde snelheid door de lucht opgewekte kracht op een voertuig met bestuurder;
h. rolweerstand: weerstand ten gevolge van het rollen van een voertuigwiel over de weg.
2. Onder de volgende begrippen wordt in deze paragraaf verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in de Voorschriften meetmiddelen 1997:
a. testaansluiting;
b. primair meetsignaal;
c. fout;
d. maximale fout;
e. digitale aanwijzing;
f. analoge aanwijzing;
g. aanwijsbereik;
h. eerste keuring;
i. certificaat van eerste keuring;
j. herkeuring;
k. certificaat van herkeuring;
l. typekeuring;
m. typekeuringscertificaat.