BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.8.17
Regeling permanente eisen
1. Bij de vaststelling van de maximale remkrachten zoals bedoeld in artikel 2.8.16, onderdeel a, moet het volgende in acht worden genomen:
de pedaalkracht die bij de voorste as wordt gebruikt, hoeft niet dezelfde te zijn als die bij de achterste as of het achterste asstel;
bij de remtest wordt het rempedaal langzaam ingetrapt en op het moment van aflezen vastgehouden;
1°. in een personenauto een pedaalkracht van 500 N wordt uitgeoefend,
2°. in een bedrijfsauto een pedaalkracht van 700 N wordt uitgeoefend,
3°. één of meer wielen van het voertuig blokkeren, of
4°. de rollenremtestbank afslaat.
2. Indien de remkracht op één wiel tussen twee waarden schommelt of de remkrachten op beide wielen tussen twee waarden schommelen, worden per wiel de minimale en maximale remkracht gemiddeld en wordt dit gemiddelde gebruikt als remkracht voor dat wiel.
3. Bij de beoordeling van artikel 2.8.16, onderdeel d, moet het volgende in acht worden genomen:
bij de remproef op de weg wordt van een geschikte remvertragingsmeter gebruik gemaakt, indien deze aanwezig is;
de remvertraging met de bijbehorende pedaalkracht wordt beoordeeld even voor het moment van blokkeren van één of meer wielen van het voertuig.
de pedaalkracht die bij de voorste as wordt gebruikt, hoeft niet dezelfde te zijn als die bij de achterste as of het achterste asstel;
bij de remtest wordt het rempedaal langzaam ingetrapt en op het moment van aflezen vastgehouden;
1°. in een personenauto een pedaalkracht van 500 N wordt uitgeoefend,
2°. in een bedrijfsauto een pedaalkracht van 700 N wordt uitgeoefend,
3°. één of meer wielen van het voertuig blokkeren, of
4°. de rollenremtestbank afslaat.
2. Indien de remkracht op één wiel tussen twee waarden schommelt of de remkrachten op beide wielen tussen twee waarden schommelen, worden per wiel de minimale en maximale remkracht gemiddeld en wordt dit gemiddelde gebruikt als remkracht voor dat wiel.
3. Bij de beoordeling van artikel 2.8.16, onderdeel d, moet het volgende in acht worden genomen:
bij de remproef op de weg wordt van een geschikte remvertragingsmeter gebruik gemaakt, indien deze aanwezig is;
de remvertraging met de bijbehorende pedaalkracht wordt beoordeeld even voor het moment van blokkeren van één of meer wielen van het voertuig.