BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.8.16
Regeling permanente eisen
Indien de controle van de remvertraging van de bedrijfsrem van een personenauto of een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg plaats vindt door middel van een beproeving van het voertuig op een rollenremtestbank,
moeten per as de maximale remkrachten aan de wielen met de bijbehorende pedaalkrachten worden vastgesteld;
moeten de remkrachten van de voorste as en de achterste as of het achterste asstel bij elkaar worden opgeteld en vervolgens worden gedeeld door de op het kentekenbewijs vermelde massa van het ledig voertuig, vermeerderd met 100 kg waarna de uitkomst met een factor 10 wordt vermenigvuldigd en het resultaat wordt gelezen als procenten "relatieve beremming";
moet, met behulp van de gevonden waarden "relatieve beremming" en "pedaalkracht op de voorste as", aan de hand van de bij dit artikel behorende tabel 1 worden beoordeeld of de remwerking voldoende is;
moet, indien de gevonden waarden niet leiden tot een directe beslissing, een remproef op de weg plaatsvinden.
Tabel 1
moeten per as de maximale remkrachten aan de wielen met de bijbehorende pedaalkrachten worden vastgesteld;
moeten de remkrachten van de voorste as en de achterste as of het achterste asstel bij elkaar worden opgeteld en vervolgens worden gedeeld door de op het kentekenbewijs vermelde massa van het ledig voertuig, vermeerderd met 100 kg waarna de uitkomst met een factor 10 wordt vermenigvuldigd en het resultaat wordt gelezen als procenten "relatieve beremming";
moet, met behulp van de gevonden waarden "relatieve beremming" en "pedaalkracht op de voorste as", aan de hand van de bij dit artikel behorende tabel 1 worden beoordeeld of de remwerking voldoende is;
moet, indien de gevonden waarden niet leiden tot een directe beslissing, een remproef op de weg plaatsvinden.
Tabel 1