BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.9.15
Regeling permanente eisen
1. De trottoirspiegel van de bedrijfsauto die in gebruik is genomen voor 1 januari 2000 moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien zoals weergegeven in figuur 22.
2. De trottoirspiegel van de bedrijfsauto die in gebruik is genomen na 31 december 1999 moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien zoals weergegeven in figuur 22a.
3. Indien het verticale dwarsvlak door de voorste zijde van de bumper op minder dan 1,00 m is gelegen van de oogpunten van de bestuurder mag het gezichtveld van de trottoirspiegel worden beperkt tot dat dwarsvlak zoals weergegeven in figuur 22b.
2. De trottoirspiegel van de bedrijfsauto die in gebruik is genomen na 31 december 1999 moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien zoals weergegeven in figuur 22a.
3. Indien het verticale dwarsvlak door de voorste zijde van de bumper op minder dan 1,00 m is gelegen van de oogpunten van de bestuurder mag het gezichtveld van de trottoirspiegel worden beperkt tot dat dwarsvlak zoals weergegeven in figuur 22b.