BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.9.14
Regeling permanente eisen
1. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto die in gebruik is genomen na 25 januari 2008 en is bestemd voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, of de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg die in gebruik is genomen na 25 januari 2008 en is bestemd voor het vervoer van goederen, moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 18b, waarbij de bestuurder:
a. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 5,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
b. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 1,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
c. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
d. de horizon kan zien, en
e. tevens recht naar achteren kan kijken.
2. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg die in gebruik is genomen na 25 januari 2011 en is bestemd voor het vervoer van goederen, is zodanig geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 18a, waarbij de bestuurder:
a. een punt op het wegdek, gelegen op 20,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 4,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
b. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 1,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
c. en een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
d. de horizon kan zien, en
e. tevens recht naar achteren kan kijken.
3. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 2000 kg die in gebruik is genomen na 30 september 1988 doch voor 26 januari 2011 en is bestemd voor het vervoer van goederen moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 19, waarbij de bestuurder:
a. een punt op het wegdek, gelegen op 20,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 4,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
b. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
c. de horizon kan zien, en
d. tevens recht naar achteren kan kijken.
4.. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 2000 kg die in gebruik is genomen vóór 1 oktober 1988 en is bestemd voor het vervoer van goederen en moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 20, waarbij de bestuurder:
a. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 3,50 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
b. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
c. de horizon kan zien, en
d. tevens recht naar achteren kan kijken.
5.. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto die in gebruik is genomen voor 26 januari 2008 en is bestemd voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, of de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg die in gebruik is genomen voor 26 januari 2008 en is bestemd voor het vervoer van goederen en de rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 2000 kg maar niet meer dan 3500 kg die in gebruik is genomen voor 26 januari 2011 en is bestemd voor het vervoer van goederen is zodanig geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 21, waarbij de bestuurder:
a. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 0,75 m naast het verlengde van de rechterzijkant van het voertuig kan zien,
b. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 3,50 m naast het verlengde van de rechterzijkant van het voertuig kan zien,
c. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
d. de horizon kan zien, en
e. tevens recht naar achteren kan kijken.
a. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 5,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
b. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 1,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
c. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
d. de horizon kan zien, en
e. tevens recht naar achteren kan kijken.
2. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg die in gebruik is genomen na 25 januari 2011 en is bestemd voor het vervoer van goederen, is zodanig geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 18a, waarbij de bestuurder:
a. een punt op het wegdek, gelegen op 20,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 4,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
b. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 1,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
c. en een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
d. de horizon kan zien, en
e. tevens recht naar achteren kan kijken.
3. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 2000 kg die in gebruik is genomen na 30 september 1988 doch voor 26 januari 2011 en is bestemd voor het vervoer van goederen moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 19, waarbij de bestuurder:
a. een punt op het wegdek, gelegen op 20,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 4,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
b. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
c. de horizon kan zien, en
d. tevens recht naar achteren kan kijken.
4.. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 2000 kg die in gebruik is genomen vóór 1 oktober 1988 en is bestemd voor het vervoer van goederen en moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 20, waarbij de bestuurder:
a. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 3,50 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
b. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
c. de horizon kan zien, en
d. tevens recht naar achteren kan kijken.
5.. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto die in gebruik is genomen voor 26 januari 2008 en is bestemd voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, of de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg die in gebruik is genomen voor 26 januari 2008 en is bestemd voor het vervoer van goederen en de rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 2000 kg maar niet meer dan 3500 kg die in gebruik is genomen voor 26 januari 2011 en is bestemd voor het vervoer van goederen is zodanig geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 21, waarbij de bestuurder:
a. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 0,75 m naast het verlengde van de rechterzijkant van het voertuig kan zien,
b. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 3,50 m naast het verlengde van de rechterzijkant van het voertuig kan zien,
c. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien,
d. de horizon kan zien, en
e. tevens recht naar achteren kan kijken.