BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 1.9
Regeling bemanning zeeschepen
Aan de scheepsbeheerder van een schelpdiervaartuig wordt vrijstelling verleend van de verplichting het schelpdiervaartuig te bemannen overeenkomstig de in artikel 2.2.1 van het besluitvoorgeschreven bemanningssamenstelling voor telkens een periode gerekend vanaf het tijdstip van zonsopgang tot zonsondergang, indien:
a. de bemanning bestaat uit ten minste een schipper, een plaatsvervangend schipper en een wachtlopend gezel;
b. de opvarenden bij aanwezigheid op het dek een opblaasbare reddinggordel dragen die is voorzien van een persoonlijk noodradiobaken, en die voldoet aan het bepaalde in artikel 7.24 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 of die is voorzien van een stuurwielmarkering als bedoeld in artikel 1 van de Wet scheepsuitrusting 2016;
c. het schelpdiervaartuig is voorzien van: 1°. een koppeling van het wachtalarm met de automatische stuurinrichting; en
2°. een geautomatiseerde verwerkingslijn.
1°. een koppeling van het wachtalarm met de automatische stuurinrichting; en
2°. een geautomatiseerde verwerkingslijn.
a. de bemanning bestaat uit ten minste een schipper, een plaatsvervangend schipper en een wachtlopend gezel;
b. de opvarenden bij aanwezigheid op het dek een opblaasbare reddinggordel dragen die is voorzien van een persoonlijk noodradiobaken, en die voldoet aan het bepaalde in artikel 7.24 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 of die is voorzien van een stuurwielmarkering als bedoeld in artikel 1 van de Wet scheepsuitrusting 2016;
c. het schelpdiervaartuig is voorzien van: 1°. een koppeling van het wachtalarm met de automatische stuurinrichting; en
2°. een geautomatiseerde verwerkingslijn.
1°. een koppeling van het wachtalarm met de automatische stuurinrichting; en
2°. een geautomatiseerde verwerkingslijn.