BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.6.6
Regeling bemanning zeeschepen
1. Een voorlopig certificaat maritieme arbeid kan worden afgegeven met betrekking tot:
a. een nieuw zeeschip bij de oplevering;
b. een zeeschip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels onder de vlag van het Koninkrijk gaat varen;
c. een zeeschip dat in het beheer komt van een andere scheepsbeheerder.
2. Een voorlopig certificaat maritieme arbeid kan eenmalig worden afgegeven voor een tijdvak van ten hoogste 26 weken.
3. In afwijking van artikel 4.6.3, eerste lid, onderdelen a en b, worden de maatregelen en procedures in de verklaring naleving maritieme arbeid deel II zoveel als mogelijk vermeld.
4. De scheepsbeheerder toont aan dat de kapitein op de hoogte is van de eisen van het MLC-verdrag en zijn verantwoordelijkheden voor de uitvoering en de naleving van de voor het desbetreffende zeeschip geldende regels en procedures voor de naleving van het MLC-verdrag.
5. Het zeeschip wordt met het oog op een voorlopig certificaat als bedoeld in het eerste lid onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 4.6.4, vijfde lid, onderdeel a.
a. een nieuw zeeschip bij de oplevering;
b. een zeeschip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels onder de vlag van het Koninkrijk gaat varen;
c. een zeeschip dat in het beheer komt van een andere scheepsbeheerder.
2. Een voorlopig certificaat maritieme arbeid kan eenmalig worden afgegeven voor een tijdvak van ten hoogste 26 weken.
3. In afwijking van artikel 4.6.3, eerste lid, onderdelen a en b, worden de maatregelen en procedures in de verklaring naleving maritieme arbeid deel II zoveel als mogelijk vermeld.
4. De scheepsbeheerder toont aan dat de kapitein op de hoogte is van de eisen van het MLC-verdrag en zijn verantwoordelijkheden voor de uitvoering en de naleving van de voor het desbetreffende zeeschip geldende regels en procedures voor de naleving van het MLC-verdrag.
5. Het zeeschip wordt met het oog op een voorlopig certificaat als bedoeld in het eerste lid onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 4.6.4, vijfde lid, onderdeel a.