BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.1.4
Regeling bemanning zeeschepen
1. Voor de vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie als kapitein of officier aan boord van een zeeschip in de dekdienst, wordt de diensttijd opgedaan in een relevante functie aan boord van een zeeschip in de handelsvaart, zeevisvaart of zeezeilvaartgelijkgesteld, met dien verstande dat er op het moment van de aanvraag tot vernieuwing geen sprake is van ophoging van de vaarbevoegdheid.
2. Voor de vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie als officier aan boord van een zeeschip in de dekdienst, waarbij er sprake is van ophoging van de vaarbevoegdheid, wordt diensttijd opgedaan op zeeschepen in de handelsvaart, zeevisvaart of zeezeilvaart gelijkgesteld, met dien verstande dat in de bedrijfstak waarvoor de vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs is aangevraagd, ten minste drie maanden diensttijd is opgedaan in een functie als officier waarvoor een vaarbevoegdheidsbewijs is vereist.
3. In afwijking van het tweede lid wordt voor de vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie als officier aan boord van een zeeschip in de dekdienst, waarbij er sprake is van ophoging van de vaarbevoegdheid, diensttijd opgedaan op vissersvaartuigen met een lengte van 45 meter of meer gelijkgesteld aan diensttijd op zeeschepen in de handelsvaart.
4. Voor de vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie aan boord van een zeeschip als officier in de machinekamerdienst, wordt de diensttijd opgedaan in een relevante functie aan boord van een zeeschip in de handelsvaart of zeevisvaart, gelijkgesteld.
5. De diensttijd opgedaan als wachtofficier, navigatieofficier of commandant op zeeschepen van de Koninklijke Marine van 500 GT of meer wordt gelijkgesteld met diensttijd als bedoeld in het eerste lid. In het geval deze diensttijd wordt gebruikt voor het vernieuwen van een vaarbevoegdheidsbewijs, waarbij er sprake is van ophoging van de vaarbevoegdheid, dan is het tweede lid van toepassing.
6. De diensttijd opgedaan als wachtofficier of technisch officier van de technische dienst op zeeschepen van de Koninklijke Marine met een hoofdvoortstuwingsinstallatie van 750 kW of meer, voor zover daadwerkelijk diensttijd is opgedaan in de technische centrale en machinekamer wordt gelijkgesteld met diensttijd als bedoeld in het vijfde lid.
7. Voor de berekening van de diensttijd, bedoeld in het eerste tot en met zesde lid, wordt de diensttijd, opgedaan in één van de functies als maritiem officier en in de functie stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen, herleid naar diensttijd, opgedaan in de functies als stuurman of werktuigkundige, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.3.
2. Voor de vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie als officier aan boord van een zeeschip in de dekdienst, waarbij er sprake is van ophoging van de vaarbevoegdheid, wordt diensttijd opgedaan op zeeschepen in de handelsvaart, zeevisvaart of zeezeilvaart gelijkgesteld, met dien verstande dat in de bedrijfstak waarvoor de vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs is aangevraagd, ten minste drie maanden diensttijd is opgedaan in een functie als officier waarvoor een vaarbevoegdheidsbewijs is vereist.
3. In afwijking van het tweede lid wordt voor de vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie als officier aan boord van een zeeschip in de dekdienst, waarbij er sprake is van ophoging van de vaarbevoegdheid, diensttijd opgedaan op vissersvaartuigen met een lengte van 45 meter of meer gelijkgesteld aan diensttijd op zeeschepen in de handelsvaart.
4. Voor de vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie aan boord van een zeeschip als officier in de machinekamerdienst, wordt de diensttijd opgedaan in een relevante functie aan boord van een zeeschip in de handelsvaart of zeevisvaart, gelijkgesteld.
5. De diensttijd opgedaan als wachtofficier, navigatieofficier of commandant op zeeschepen van de Koninklijke Marine van 500 GT of meer wordt gelijkgesteld met diensttijd als bedoeld in het eerste lid. In het geval deze diensttijd wordt gebruikt voor het vernieuwen van een vaarbevoegdheidsbewijs, waarbij er sprake is van ophoging van de vaarbevoegdheid, dan is het tweede lid van toepassing.
6. De diensttijd opgedaan als wachtofficier of technisch officier van de technische dienst op zeeschepen van de Koninklijke Marine met een hoofdvoortstuwingsinstallatie van 750 kW of meer, voor zover daadwerkelijk diensttijd is opgedaan in de technische centrale en machinekamer wordt gelijkgesteld met diensttijd als bedoeld in het vijfde lid.
7. Voor de berekening van de diensttijd, bedoeld in het eerste tot en met zesde lid, wordt de diensttijd, opgedaan in één van de functies als maritiem officier en in de functie stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen, herleid naar diensttijd, opgedaan in de functies als stuurman of werktuigkundige, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.3.