BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.1.1
Regeling bemanning zeeschepen
1. Bij de aanvraag om afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs legt de aanvrager de volgende bescheiden over aan de minister:
a. een door hem ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
b. een geldig paspoort of ander geldig nationaliteitsbewijs van de aanvrager;
c. een recente pasfoto;
d. het burgerservicenummer van de aanvrager indien deze de Nederlandse nationaliteit heeft;
e. het kennisbewijs of bekwaamheidsbewijs op grond waarvan afgifte wordt gevraagd;
f. de voor het gewenste vaarbevoegdheidsbewijs vereiste bekwaamheidsbewijzen en schriftelijke bewijzen;
g. een geldige geneeskundige verklaring zeevaart, bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de wet; en
h. een bewijs dat is voldaan aan de vereiste goedgekeurde diensttijd voor het gewenste bewijs.
2. Voor de vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs is het eerste lid, met uitzondering van onderdeel e, van overeenkomstige toepassing.
a. een door hem ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
b. een geldig paspoort of ander geldig nationaliteitsbewijs van de aanvrager;
c. een recente pasfoto;
d. het burgerservicenummer van de aanvrager indien deze de Nederlandse nationaliteit heeft;
e. het kennisbewijs of bekwaamheidsbewijs op grond waarvan afgifte wordt gevraagd;
f. de voor het gewenste vaarbevoegdheidsbewijs vereiste bekwaamheidsbewijzen en schriftelijke bewijzen;
g. een geldige geneeskundige verklaring zeevaart, bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de wet; en
h. een bewijs dat is voldaan aan de vereiste goedgekeurde diensttijd voor het gewenste bewijs.
2. Voor de vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs is het eerste lid, met uitzondering van onderdeel e, van overeenkomstige toepassing.