BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.8
Regeling bemanning zeeschepen
1. Na het uitvoeren van een inspectie als bedoeld in artikel 4.6.3, tweede, derde of vierde lid, worden door de betrokken ambtenaar of degene die namens een rechtspersoon de inspectie heeft uitgevoerd, de volgende gegevens in het register, bedoeld in artikel 77 van de wet, geregistreerd:
a. naam van het zeeschip;
b. IMO-nummer van het zeeschip;
c. naam van de scheepsbeheerder van het zeeschip;
d. naam van de op grond van artikel 39, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar of degene die namens een rechtspersoon de inspectie heeft uitgevoerd;
e. datum en plaats van de inspectie;
f. de resultaten van vraaggesprekken met zeevarenden aan boord;
h. informatie betreffende eventuele inbreuken op de wetgeving, opgelegde sancties en aanhouding van het zeeschip; en
i. gerapporteerde arbeidsongevallen.
2. Rechtspersonen die zijn aangewezen op grond van artikel 39, eerste lid, van de wet, dragen er zorg voor dat de in het eerste lid bedoelde inspectiegegevens in het register worden geregistreerd op de door de minister bij die aanwijzing voorgeschreven wijze.
3. De minister brengt binnen zes maanden na afloop van een kalenderjaar een verslag uit van de in het desbetreffende jaar uitgevoerde inspecties.
a. naam van het zeeschip;
b. IMO-nummer van het zeeschip;
c. naam van de scheepsbeheerder van het zeeschip;
d. naam van de op grond van artikel 39, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar of degene die namens een rechtspersoon de inspectie heeft uitgevoerd;
e. datum en plaats van de inspectie;
f. de resultaten van vraaggesprekken met zeevarenden aan boord;
h. informatie betreffende eventuele inbreuken op de wetgeving, opgelegde sancties en aanhouding van het zeeschip; en
i. gerapporteerde arbeidsongevallen.
2. Rechtspersonen die zijn aangewezen op grond van artikel 39, eerste lid, van de wet, dragen er zorg voor dat de in het eerste lid bedoelde inspectiegegevens in het register worden geregistreerd op de door de minister bij die aanwijzing voorgeschreven wijze.
3. De minister brengt binnen zes maanden na afloop van een kalenderjaar een verslag uit van de in het desbetreffende jaar uitgevoerde inspecties.