BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.1.19
Regeling bemanning zeeschepen
1. Een zeeschip is uitgerust met voldoende kooktoestellen en keukengerei voor het bereiden van maaltijden van voldoende hoeveelheid, kwaliteit en voedingswaarde, voor de zeevarenden aan boord.
2. Op een zeeschip met een lengte van 35 meter of meer is voor het bereiden van voedsel en warme dranken een afzonderlijk verblijf ingericht als kombuis, die voldoende uitgerust is om goede, gevarieerde en voedzame maaltijden efficiënt te kunnen bereiden, in voldoende aantallen en rekening houdend met verschillende godsdienstige en culturele gebruiken van zeevarenden. De kombuis is aangesloten op een systeem van koud en warm drinkwater.
3. Voor de opslag van levensmiddelen zijn van andere ruimten afgesloten bergplaatsen aanwezig, die zodanig zijn geventileerd of gekoeld dat de voeding in goede toestand blijft.
4. Een zeeschip is uitgerust met drinkwatertanks die door cofferdammen zijn gescheiden van olietanks en verzameltanks voor vuil water, en zodanig zijn geconstrueerd dat bij het leegpompen geen restanten achterblijven en de hygiëne van het drinkwater wordt gewaarborgd. Pijpleidingen, van welke aard ook, mogen niet door drinkwatertanks lopen.
5. Dit artikel is tevens van toepassing op een zeeschip als bedoeld in artikel 4.4.1, eerste lid, onderdelen a en c.
2. Op een zeeschip met een lengte van 35 meter of meer is voor het bereiden van voedsel en warme dranken een afzonderlijk verblijf ingericht als kombuis, die voldoende uitgerust is om goede, gevarieerde en voedzame maaltijden efficiënt te kunnen bereiden, in voldoende aantallen en rekening houdend met verschillende godsdienstige en culturele gebruiken van zeevarenden. De kombuis is aangesloten op een systeem van koud en warm drinkwater.
3. Voor de opslag van levensmiddelen zijn van andere ruimten afgesloten bergplaatsen aanwezig, die zodanig zijn geventileerd of gekoeld dat de voeding in goede toestand blijft.
4. Een zeeschip is uitgerust met drinkwatertanks die door cofferdammen zijn gescheiden van olietanks en verzameltanks voor vuil water, en zodanig zijn geconstrueerd dat bij het leegpompen geen restanten achterblijven en de hygiëne van het drinkwater wordt gewaarborgd. Pijpleidingen, van welke aard ook, mogen niet door drinkwatertanks lopen.
5. Dit artikel is tevens van toepassing op een zeeschip als bedoeld in artikel 4.4.1, eerste lid, onderdelen a en c.