BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.5.8
Regeling bemanning zeeschepen
1. Met inachtneming van het tweede lid, is een slaapverblijf ten hoogste bestemd voor het hieronder vermelde aantal vissers:
a. een slaapverblijf voor officieren: 1°. op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter en meer: één visser;
2°. op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 60 meter: twee vissers;
1°. op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter en meer: één visser;
2°. op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 60 meter: twee vissers;
b. een slaapverblijf voor gezellen: 1°. op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter en meer: twee vissers;
2°. op een vissersvaartuig met een lengte van 35 tot 60 meter: vier vissers;
3°. op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 35 meter: zes vissers.
1°. op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter en meer: twee vissers;
2°. op een vissersvaartuig met een lengte van 35 tot 60 meter: vier vissers;
3°. op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 35 meter: zes vissers.
2. Op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 35 meter kan het slaapverblijf voor officieren en dat voor gezellen worden gecombineerd tot één verblijf voor ten hoogste zes vissers.
3. Op een vissersvaartuig met een lengte van 35 meter en meer zijn voor het dekpersoneel, het machinekamerpersoneel en het personeel voor de civiele dienst afzonderlijke slaapverblijven beschikbaar.
4. Voor zover dit praktisch uitvoerbaar is, zijn de slaapverblijven van wachtdoende vissers gescheiden van niet wachtdoende of vrije vissers.
5. Het maximumaantal personen dat in een slaapverblijf kan worden ondergebracht, is duidelijk leesbaar en onuitwisbaar vermeld op een duidelijk zichtbare plaats in de slaapruimte.
a. een slaapverblijf voor officieren: 1°. op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter en meer: één visser;
2°. op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 60 meter: twee vissers;
1°. op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter en meer: één visser;
2°. op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 60 meter: twee vissers;
b. een slaapverblijf voor gezellen: 1°. op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter en meer: twee vissers;
2°. op een vissersvaartuig met een lengte van 35 tot 60 meter: vier vissers;
3°. op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 35 meter: zes vissers.
1°. op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter en meer: twee vissers;
2°. op een vissersvaartuig met een lengte van 35 tot 60 meter: vier vissers;
3°. op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 35 meter: zes vissers.
2. Op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 35 meter kan het slaapverblijf voor officieren en dat voor gezellen worden gecombineerd tot één verblijf voor ten hoogste zes vissers.
3. Op een vissersvaartuig met een lengte van 35 meter en meer zijn voor het dekpersoneel, het machinekamerpersoneel en het personeel voor de civiele dienst afzonderlijke slaapverblijven beschikbaar.
4. Voor zover dit praktisch uitvoerbaar is, zijn de slaapverblijven van wachtdoende vissers gescheiden van niet wachtdoende of vrije vissers.
5. Het maximumaantal personen dat in een slaapverblijf kan worden ondergebracht, is duidelijk leesbaar en onuitwisbaar vermeld op een duidelijk zichtbare plaats in de slaapruimte.