BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.1.14
Regeling bemanning zeeschepen
1. Aan boord zijn in overeenstemming met norm A3.1, zeventiende lid, van het MLC-verdrag recreatieve voorzieningen die voldoen aan de normering van de in de onderstaande tabel opgenomen onderdelen van leidraden van het MLC-verdrag:
[tabel]
2. Aan boord van een zeeschip van 8.000 GT of meer zijn voorts recreatieve voorzieningen aanwezig die voldoen aan de normering van de in de onderstaande tabel opgenomen onderdelen van leidraden van het MLC-verdrag:
[tabel]
3. Op een zeeschip van 500 GT of meer is voor de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, ten minste één afzonderlijk verblijf beschikbaar.
4. Op zeeschip van kleiner dan 500 GT kunnen in plaats van een afzonderlijk recreatieverblijf de dagverblijven zodanig worden ingericht en uitgerust, dat zij als ontspanningsruimte dienst kunnen doen.
5. Op zeeschip van 8.000 GT of meer zijn voor de voorzieningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, naast een afzonderlijke ruimte voor het zwembad, ten minste twee verblijven aanwezig waarin voldoende ruimte is voor het tegelijkertijd uitoefenen van verschillende recreatieve bezigheden.
[tabel]
2. Aan boord van een zeeschip van 8.000 GT of meer zijn voorts recreatieve voorzieningen aanwezig die voldoen aan de normering van de in de onderstaande tabel opgenomen onderdelen van leidraden van het MLC-verdrag:
[tabel]
3. Op een zeeschip van 500 GT of meer is voor de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, ten minste één afzonderlijk verblijf beschikbaar.
4. Op zeeschip van kleiner dan 500 GT kunnen in plaats van een afzonderlijk recreatieverblijf de dagverblijven zodanig worden ingericht en uitgerust, dat zij als ontspanningsruimte dienst kunnen doen.
5. Op zeeschip van 8.000 GT of meer zijn voor de voorzieningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, naast een afzonderlijke ruimte voor het zwembad, ten minste twee verblijven aanwezig waarin voldoende ruimte is voor het tegelijkertijd uitoefenen van verschillende recreatieve bezigheden.