BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.7.1
Regeling bemanning zeeschepen
De minister geeft op aanvraag een visserij-arbeidscertificaat als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de wetaf indien na onderzoek blijkt dat voor dat vissersvaartuig ten minste wordt voldaan aan:
a. de minimumleeftijd, gesteld bij of krachtens artikel 3.2, eerste en tweede lid, van de Arbeidstijdenwet;
b. het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 31 van de wet;
c. de bemanningssamenstelling, bedoeld in artikel 20 van de wet, alsmede de rusttijden, gesteld bij of krachtens paragraaf 5.2 en krachtens artikel 5:12, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet;
d. de bemanningslijst, bedoeld in artikel 21 van de wet;
e. de overeenkomst op grond waarvan een visser aan boord werkzaam is, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet;
f. de repatriëring, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet;
g. de betaling aan vissers, bedoeld in 7, tweede lid, van de wet;
h. het verblijf, voeding en drinkwater, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet;
i. de voorzieningen voor zieke zeevarenden aan boord en medische zorg, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet;
j. de arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie aan boord, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet; en
k. de bescherming tegen beroepsgerelateerde ziekte, ongeval of overlijden, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet.
a. de minimumleeftijd, gesteld bij of krachtens artikel 3.2, eerste en tweede lid, van de Arbeidstijdenwet;
b. het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 31 van de wet;
c. de bemanningssamenstelling, bedoeld in artikel 20 van de wet, alsmede de rusttijden, gesteld bij of krachtens paragraaf 5.2 en krachtens artikel 5:12, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet;
d. de bemanningslijst, bedoeld in artikel 21 van de wet;
e. de overeenkomst op grond waarvan een visser aan boord werkzaam is, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet;
f. de repatriëring, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet;
g. de betaling aan vissers, bedoeld in 7, tweede lid, van de wet;
h. het verblijf, voeding en drinkwater, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet;
i. de voorzieningen voor zieke zeevarenden aan boord en medische zorg, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet;
j. de arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie aan boord, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet; en
k. de bescherming tegen beroepsgerelateerde ziekte, ongeval of overlijden, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet.