BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.1.24
Regeling bemanning zeeschepen
1. De minister kan ontheffing verlenen van de artikelen 4.1.2, 4.1.4, eerste en vierde lid, 4.1.9, 4.1.11, 4.1.13, 4.1.14., eerste tot en met vijfde lid, en 4.1.16, eerste en tweede lid, voor:
a. een buitenlands zeeschip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te gaan voeren en waarvan de kiel is gelegd op of na 20 augustus 2013;
b. een zeeschip met een innovatief ontwerp of een innovatieve bouwwijze.
2. Een afwijking als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegestaan na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden en onder daarbij te stellen wezenlijk gelijkwaardige voorschriften als bedoeld in artikel VI, derde lid, van het MLC-verdrag.
a. een buitenlands zeeschip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te gaan voeren en waarvan de kiel is gelegd op of na 20 augustus 2013;
b. een zeeschip met een innovatief ontwerp of een innovatieve bouwwijze.
2. Een afwijking als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegestaan na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden en onder daarbij te stellen wezenlijk gelijkwaardige voorschriften als bedoeld in artikel VI, derde lid, van het MLC-verdrag.