BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.1.21
Regeling bemanning zeeschepen
1. De verblijven worden schoon, bewoonbaar en in een goede staat van onderhoud gehouden.
2. Ten minste eenmaal per maand worden de verblijven ten behoeve van de naleving van het eerste lid door de kapitein of een door hem aangewezen officier, in aanwezigheid van één of meer leden van de bemanning, geïnspecteerd. De bevindingen van deze inspectie worden vermeld in het scheepsdagboek.
3. Zolang zeevarenden aan boord zijn, wordt met betrekking tot de verwarming van de verblijven aan boord voldaan aan leidraad B3.1.3, eerste lid, van het MLC-verdrag.
4. Dit artikel is tevens van toepassing op een zeeschip als bedoeld in artikel 4.4.1, eerste lid, onderdelen a en c.
2. Ten minste eenmaal per maand worden de verblijven ten behoeve van de naleving van het eerste lid door de kapitein of een door hem aangewezen officier, in aanwezigheid van één of meer leden van de bemanning, geïnspecteerd. De bevindingen van deze inspectie worden vermeld in het scheepsdagboek.
3. Zolang zeevarenden aan boord zijn, wordt met betrekking tot de verwarming van de verblijven aan boord voldaan aan leidraad B3.1.3, eerste lid, van het MLC-verdrag.
4. Dit artikel is tevens van toepassing op een zeeschip als bedoeld in artikel 4.4.1, eerste lid, onderdelen a en c.