BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.1.25
Regeling bemanning zeeschepen
1. Voor de aanvang van de bouw van een zeeschip of een verbouwing of andere wijziging die van invloed is op de eisen aan de huisvesting en voorzieningen aan boord, wordt aan de minister een plan overgelegd. Dit plan bevat de volgende elementen:
a. de plaats en de algemene indeling van de verblijven;
b. hoe wordt voldaan aan de in de artikelen 4.1.2, 4.1.4, 4.1.9, 4.1.11, 4.1.13, 4.1.14, 4.1.16, 4.1.19, en 4.1.20 bedoelde en op het desbetreffende zeeschip van toepassing zijnde eisen;
c. eventuele aanvragen voor ontheffingen op grond van de artikelen 4.1.3, 4.1.8, eerste en derde tot en met zevende lid, 4.1.10, tweede en derde lid, 4.1.12, eerste lid, 4.1.15, 4.1.17 of 4.1.18;
d. de eventuele toepassing van de in de artikelen 4.1.5, 4.1.6, of 4.1.7 bedoelde wezenlijk gelijkwaardige bepalingen;
e. de eventuele toepassing van de in de artikelen 4.1.8, tweede lid, 4.1.10, eerste lid, of 4.1.12, tweede lid, bedoelde afwijkende voorschriften;
f. eventuele verzoeken tot de toepassing van artikel 4.1.24, waarbij wordt aangegeven van welke van de in dat artikel genoemde bepalingen afwijking wordt gevraagd; en
g. de resultaten van het overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, voor zover dit overleg is voorgeschreven in de in dit lid genoemde bepalingen.
2. Met de bouw, verbouwing of andere wijziging als bedoeld in het eerste lid wordt niet gestart totdat het in het eerste lid bedoelde plan is goedgekeurd en eventuele ontheffingen zijn verleend.
3. De bouw, verbouwing of wijziging wordt uitgevoerd overeenkomstig het goedgekeurde plan.
a. de plaats en de algemene indeling van de verblijven;
b. hoe wordt voldaan aan de in de artikelen 4.1.2, 4.1.4, 4.1.9, 4.1.11, 4.1.13, 4.1.14, 4.1.16, 4.1.19, en 4.1.20 bedoelde en op het desbetreffende zeeschip van toepassing zijnde eisen;
c. eventuele aanvragen voor ontheffingen op grond van de artikelen 4.1.3, 4.1.8, eerste en derde tot en met zevende lid, 4.1.10, tweede en derde lid, 4.1.12, eerste lid, 4.1.15, 4.1.17 of 4.1.18;
d. de eventuele toepassing van de in de artikelen 4.1.5, 4.1.6, of 4.1.7 bedoelde wezenlijk gelijkwaardige bepalingen;
e. de eventuele toepassing van de in de artikelen 4.1.8, tweede lid, 4.1.10, eerste lid, of 4.1.12, tweede lid, bedoelde afwijkende voorschriften;
f. eventuele verzoeken tot de toepassing van artikel 4.1.24, waarbij wordt aangegeven van welke van de in dat artikel genoemde bepalingen afwijking wordt gevraagd; en
g. de resultaten van het overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, voor zover dit overleg is voorgeschreven in de in dit lid genoemde bepalingen.
2. Met de bouw, verbouwing of andere wijziging als bedoeld in het eerste lid wordt niet gestart totdat het in het eerste lid bedoelde plan is goedgekeurd en eventuele ontheffingen zijn verleend.
3. De bouw, verbouwing of wijziging wordt uitgevoerd overeenkomstig het goedgekeurde plan.