BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.2.5
Regeling bemanning zeeschepen
1. Een dag- of slaapverblijf op een zeeschip van 200 GT of meer is aangesloten op een luchtbehandelingsinstallatie.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een zeeschip dat uitsluitend wordt ingezet op reizen in gebieden waar naar het oordeel van de minister een dergelijke installatie wegens de omstandigheden niet noodzakelijk is.
3. Een radiohut en een centrale controlekamer in de machinekamer zijn op de in het eerste lid genoemde installatie, dan wel op een afzonderlijke luchtbehandelingsinstallatie, aangesloten.
4. De luchtbehandelingsinstallatie is zodanig ontworpen dat ten opzichte van de buitenlucht te allen tijde een behaaglijke temperatuur en relatieve vochtigheid wordt gehandhaafd en een voldoende aantal luchtwisselingen wordt bereikt.
5. De luchtbehandelingsinstallatie is aangepast aan de omstandigheden welke op zee kunnen voorkomen en veroorzaakt geen hinderlijk lawaai of trillingen.
6. Voor het overige voldoet de luchtbehandelingsinstallatie aan door de minister te stellen eisen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een zeeschip dat uitsluitend wordt ingezet op reizen in gebieden waar naar het oordeel van de minister een dergelijke installatie wegens de omstandigheden niet noodzakelijk is.
3. Een radiohut en een centrale controlekamer in de machinekamer zijn op de in het eerste lid genoemde installatie, dan wel op een afzonderlijke luchtbehandelingsinstallatie, aangesloten.
4. De luchtbehandelingsinstallatie is zodanig ontworpen dat ten opzichte van de buitenlucht te allen tijde een behaaglijke temperatuur en relatieve vochtigheid wordt gehandhaafd en een voldoende aantal luchtwisselingen wordt bereikt.
5. De luchtbehandelingsinstallatie is aangepast aan de omstandigheden welke op zee kunnen voorkomen en veroorzaakt geen hinderlijk lawaai of trillingen.
6. Voor het overige voldoet de luchtbehandelingsinstallatie aan door de minister te stellen eisen.