BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.4.31
Regeling bemanning zeeschepen
Voor de afgifte van het kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, technisch (Crebonummer 25679):
a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993: 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
2°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5; en
3°. voorschrift III/3, tweede lid, onderdeel 2;
1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
2°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5; en
3°. voorschrift III/3, tweede lid, onderdeel 2;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code: 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid;
2°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
3°. sectie A-III/2, eerste tot en met zevende lid, met uitzondering van de aspecten voorstuwing door middel van stoomturbines en voorstuwing door middel van gasturbines, en waarbij het in het vierde lid, bedoelde kennisniveau de functie hoofdwerktuigkundige zeeschepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen betreft; en
1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid;
2°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
3°. sectie A-III/2, eerste tot en met zevende lid, met uitzondering van de aspecten voorstuwing door middel van stoomturbines en voorstuwing door middel van gasturbines, en waarbij het in het vierde lid, bedoelde kennisniveau de functie hoofdwerktuigkundige zeeschepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen betreft; en
c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993: 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
2°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5; en
3°. voorschrift III/3, tweede lid, onderdeel 2;
1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
2°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5; en
3°. voorschrift III/3, tweede lid, onderdeel 2;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code: 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid;
2°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
3°. sectie A-III/2, eerste tot en met zevende lid, met uitzondering van de aspecten voorstuwing door middel van stoomturbines en voorstuwing door middel van gasturbines, en waarbij het in het vierde lid, bedoelde kennisniveau de functie hoofdwerktuigkundige zeeschepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen betreft; en
1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid;
2°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
3°. sectie A-III/2, eerste tot en met zevende lid, met uitzondering van de aspecten voorstuwing door middel van stoomturbines en voorstuwing door middel van gasturbines, en waarbij het in het vierde lid, bedoelde kennisniveau de functie hoofdwerktuigkundige zeeschepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen betreft; en
c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.