BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 1a.2
Voertuigreglement
1. Het is tot 9 november 2004 de fabrikant van een motorfiets, een driewielig motorrijtuig, een bromfiets of een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van deze voertuigen verboden een voertuig, technische eenheid of onderdeel dat is gebouwd overeenkomstig een ingevolge richtlijn 92/61/EGgoedgekeurd type, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren, zonder het voertuig, de technische eenheid of het onderdeel vergezeld te doen gaan van een certificaat van overeenstemming volgens het model, bedoeld in bijlage IV, onderdeel A, van die richtlijn.
2. Het is met ingang van 9 november 2004 de fabrikant van een motorfiets, een driewielig motorrijtuig, een bromfiets of een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van deze voertuigen verboden een voertuig, technische eenheid of onderdeel dat is gebouwd overeenkomstig een ingevolge richtlijn 92/61/EEGgoedgekeurd type, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren, zonder het voertuig, de technische eenheid of het onderdeel vergezeld te doen gaan van een certificaat van overeenstemming volgens het model, bedoeld in bijlage IV, onderdeel A, van richtlijn 2002/24/EG.
3. Het is met ingang van 9 november 2003 de fabrikant van een motorfiets, een driewielig motorrijtuig, een bromfiets of een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van deze voertuigen verboden een voertuig, technische eenheid of onderdeel dat is gebouwd overeenkomstig een ingevolge richtlijn 2002/24/EGgoedgekeurd type, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren, zonder het voertuig, de technische eenheid of het onderdeel vergezeld te doen gaan van een certificaat van overeenstemming volgens het model, bedoeld in bijlage IV, onderdeel A, van die richtlijn.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing indien de daar bedoelde technische eenheden of onderdelen zijn voorzien van een EG-goedkeuringsmerk overeenkomstig richtlijn 92/61/EGof richtlijn 2002/24/EG.
5. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, en technische eenheden of onderdelen daarvan.
2. Het is met ingang van 9 november 2004 de fabrikant van een motorfiets, een driewielig motorrijtuig, een bromfiets of een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van deze voertuigen verboden een voertuig, technische eenheid of onderdeel dat is gebouwd overeenkomstig een ingevolge richtlijn 92/61/EEGgoedgekeurd type, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren, zonder het voertuig, de technische eenheid of het onderdeel vergezeld te doen gaan van een certificaat van overeenstemming volgens het model, bedoeld in bijlage IV, onderdeel A, van richtlijn 2002/24/EG.
3. Het is met ingang van 9 november 2003 de fabrikant van een motorfiets, een driewielig motorrijtuig, een bromfiets of een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van deze voertuigen verboden een voertuig, technische eenheid of onderdeel dat is gebouwd overeenkomstig een ingevolge richtlijn 2002/24/EGgoedgekeurd type, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren, zonder het voertuig, de technische eenheid of het onderdeel vergezeld te doen gaan van een certificaat van overeenstemming volgens het model, bedoeld in bijlage IV, onderdeel A, van die richtlijn.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing indien de daar bedoelde technische eenheden of onderdelen zijn voorzien van een EG-goedkeuringsmerk overeenkomstig richtlijn 92/61/EGof richtlijn 2002/24/EG.
5. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, en technische eenheden of onderdelen daarvan.