BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 5.14.60
Voertuigreglement
1. De achteruitrijlichten moeten aan de achterzijde van het voertuig zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 1,20 m boven het wegdek.
2. Op de stadslichten en markeringslichten is artikel 5.14.54, eerste lid onderscheidenlijk achtste lid, van toepassing.
3. Het mistlicht of de mistlichten aan de achterzijde van het voertuig moeten zijn aangebracht:
a. op ten minste 0,10 m afstand van de remlichten;
b. op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 1,00 m boven het wegdek.
Indien één licht is aangebracht, moet dit links van het midden van het voertuig zijn geplaatst.
2. Op de stadslichten en markeringslichten is artikel 5.14.54, eerste lid onderscheidenlijk achtste lid, van toepassing.
3. Het mistlicht of de mistlichten aan de achterzijde van het voertuig moeten zijn aangebracht:
a. op ten minste 0,10 m afstand van de remlichten;
b. op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 1,00 m boven het wegdek.
Indien één licht is aangebracht, moet dit links van het midden van het voertuig zijn geplaatst.