BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 5.10.32
Voertuigreglement
1. Gehandicaptenvoertuigen die niet zijn voorzien van een toegankelijk remvloeistofreservoir waarvan het vloeistofpeil te controleren is zonder het reservoir te openen, moeten zijn voorzien van:
a. een deugdelijke waarschuwingsinrichting die in werking treedt zodra het niveau van de remvloeistof onder het vereiste minimum niveau is gedaald, of
b. in geval van een gescheiden remsysteem, een deugdelijke waarschuwingsinrichting die in werking treedt zodra één van de kringen van het remsysteem faalt.
2. De goede werking van het signaal van de in het eerste lid bedoelde waarschuwingsinrichtingen moet kunnen worden gecontroleerd.
3. In de reservoirs van het hydraulisch remsysteem moet voldoende remvloeistof aanwezig zijn.
a. een deugdelijke waarschuwingsinrichting die in werking treedt zodra het niveau van de remvloeistof onder het vereiste minimum niveau is gedaald, of
b. in geval van een gescheiden remsysteem, een deugdelijke waarschuwingsinrichting die in werking treedt zodra één van de kringen van het remsysteem faalt.
2. De goede werking van het signaal van de in het eerste lid bedoelde waarschuwingsinrichtingen moet kunnen worden gecontroleerd.
3. In de reservoirs van het hydraulisch remsysteem moet voldoende remvloeistof aanwezig zijn.