BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 3.2.23
Voertuigreglement
1. Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 31 december 1994 moeten zijn voorzien van banden die voldoen aan en zijn gemonteerd overeenkomstig het bepaalde in richtlijn 92/23/EEG.
2. Indien een personenauto als bedoeld in het eerste lid is voorzien van een reservewiel dat afwijkt van de overige wielen, moeten dat reservewiel en het weggedrag van het voertuig bij gebruikmaking van dat wiel voldoen aan het bepaalde in richtlijn 92/23/EEG.
3. Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 30 september 1971 en voor 1 januari 1995 moeten zijn voorzien van banden:
a. die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 92/23/EEG, of
b. waarvan de technische gegevens zijn opgenomen in een door Onze Minister vastgestelde tabel.
4. Indien een personenauto als bedoeld in het derde lid is voorzien van een reservewiel dat afwijkt van de overige wielen, moeten dat reservewiel en het weggedrag van het voertuig bij gebruikmaking van dat wiel voldoen aan het bepaalde in richtlijn 92/23/EEG.
5. Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de montage van banden van personenauto’s als bedoeld in het derde lid.
2. Indien een personenauto als bedoeld in het eerste lid is voorzien van een reservewiel dat afwijkt van de overige wielen, moeten dat reservewiel en het weggedrag van het voertuig bij gebruikmaking van dat wiel voldoen aan het bepaalde in richtlijn 92/23/EEG.
3. Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 30 september 1971 en voor 1 januari 1995 moeten zijn voorzien van banden:
a. die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 92/23/EEG, of
b. waarvan de technische gegevens zijn opgenomen in een door Onze Minister vastgestelde tabel.
4. Indien een personenauto als bedoeld in het derde lid is voorzien van een reservewiel dat afwijkt van de overige wielen, moeten dat reservewiel en het weggedrag van het voertuig bij gebruikmaking van dat wiel voldoen aan het bepaalde in richtlijn 92/23/EEG.
5. Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de montage van banden van personenauto’s als bedoeld in het derde lid.