BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 3.4.3
Voertuigreglement
1. Motorfietsen die in gebruik worden genomen na 16 juni 1999 moeten zijn voorzien van een constructieplaat en een identificatienummer, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 93/34/EEG.
2. Motorfietsen die in gebruik zijn genomen voor 17 juni 1999 moeten zijn voorzien van:
a. een identificatienummer dat: 1°. voor elke motorfiets van hetzelfde merk verschillend is;
2°. uit ten minste 3 letters of cijfers bestaat, welke minimaal 5 mm hoog zijn;
3°. goed leesbaar op een vast voertuigdeel is ingeslagen, en
1°. voor elke motorfiets van hetzelfde merk verschillend is;
2°. uit ten minste 3 letters of cijfers bestaat, welke minimaal 5 mm hoog zijn;
3°. goed leesbaar op een vast voertuigdeel is ingeslagen, en
b. een merk of een fabrieksaanduiding.
3. Motorfietsen die zijn voorzien van een identificatienummer dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/114/EEGvoldoen aan het bepaalde in het tweede lid.
2. Motorfietsen die in gebruik zijn genomen voor 17 juni 1999 moeten zijn voorzien van:
a. een identificatienummer dat: 1°. voor elke motorfiets van hetzelfde merk verschillend is;
2°. uit ten minste 3 letters of cijfers bestaat, welke minimaal 5 mm hoog zijn;
3°. goed leesbaar op een vast voertuigdeel is ingeslagen, en
1°. voor elke motorfiets van hetzelfde merk verschillend is;
2°. uit ten minste 3 letters of cijfers bestaat, welke minimaal 5 mm hoog zijn;
3°. goed leesbaar op een vast voertuigdeel is ingeslagen, en
b. een merk of een fabrieksaanduiding.
3. Motorfietsen die zijn voorzien van een identificatienummer dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/114/EEGvoldoen aan het bepaalde in het tweede lid.