BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 3.5.30
Voertuigreglement
1. Driewielige motorrijtuigen met een voorruit, die in gebruik worden genomen na 16 juni 1999, moeten zijn voorzien van een ruitenwisserinstallatie en van een ruitensproeierinstallatie, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG.
2. Driewielige motorrijtuigen met een voorruit, met een ledige massa van niet meer dan 400 kg, die in gebruik worden genomen na 26 november 1975 doch voor 17 juni 1999, alsmede driewielige motorrijtuigen met een voorruit, met een ledige massa van meer dan 400 kg, moeten zijn voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie die de bestuurder voldoende uitzicht geeft.
3. Driewielige motorrijtuigen met een voorruit, die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 doch voor 17 juni 1999, moeten zijn voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie.
2. Driewielige motorrijtuigen met een voorruit, met een ledige massa van niet meer dan 400 kg, die in gebruik worden genomen na 26 november 1975 doch voor 17 juni 1999, alsmede driewielige motorrijtuigen met een voorruit, met een ledige massa van meer dan 400 kg, moeten zijn voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie die de bestuurder voldoende uitzicht geeft.
3. Driewielige motorrijtuigen met een voorruit, die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 doch voor 17 juni 1999, moeten zijn voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie.