BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 5.11.9
Voertuigreglement
1. Alle onderdelen van de elektrische aandrijving van gehandicaptenvoertuigen moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd.
2. Gehandicaptenvoertuigen moeten zijn voorzien van een:
a. aan- en uitschakelaar voor de elektromotor;
b. schakelaar voor het regelen van de snelheid van het voertuig; alsmede van een vanuit de zitpositie van de bestuurder zichtbare:
c. aanduiding omtrent de ladingsconditie van de tractiebatterijen;
d. aan- en uitindicator voor de elektrische installatie.
2. Gehandicaptenvoertuigen moeten zijn voorzien van een:
a. aan- en uitschakelaar voor de elektromotor;
b. schakelaar voor het regelen van de snelheid van het voertuig; alsmede van een vanuit de zitpositie van de bestuurder zichtbare:
c. aanduiding omtrent de ladingsconditie van de tractiebatterijen;
d. aan- en uitindicator voor de elektrische installatie.