BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 5.10.12
Voertuigreglement
1. De accu dan wel de tractiebatterij van gehandicaptenvoertuigen moet deugdelijk zijn bevestigd.
2. De bedrading vang gehandicaptenvoertuigen moet deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd.
3. Gehandicaptenvoertuigen met elektrische aandrijving moeten zijn voorzien van een beveiliging tegen overbelasting. Na een onderbreking van de stroomvoorziening moet de bestuurder deze door middel van een schakelaar, welke zich binnen het bereik van de bestuurder bevindt, kunnen herstellen.
2. De bedrading vang gehandicaptenvoertuigen moet deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd.
3. Gehandicaptenvoertuigen met elektrische aandrijving moeten zijn voorzien van een beveiliging tegen overbelasting. Na een onderbreking van de stroomvoorziening moet de bestuurder deze door middel van een schakelaar, welke zich binnen het bereik van de bestuurder bevindt, kunnen herstellen.