BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 3.4.46
Voertuigreglement
1. Motorfietsen die in gebruik worden genomen na 31 oktober 1995, mogen zijn voorzien van:
a. mistlichten aan de voorzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
b. mistlichten aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
c. waarschuwingsknipperlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/759/EEG;
d. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG.
2. Motorfietsen die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 doch voor 1 november 1995, mogen zijn voorzien van:
a. een stadslicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
b. een mistlicht aan de voorzijde van het voertuig, dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
c. een mistlicht aan de achterzijde van het voertuig, dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
d. waarschuwingsknipperlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/759/EEG;
e. een of twee parkeerlichten;
f. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/757/EEG;
g. een witte retroreflector aan de voorzijde van het voertuig, aangebracht op ten minste 0,35 m en ten hoogste 0,90 meter boven het wegdek;
h. een richtlicht;
i. een bermlicht aan de voorzijde van het voertuig;
j. werklichten.
3. De motorfietsen, bedoeld in het tweede lid, mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig, mits deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen.
a. mistlichten aan de voorzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
b. mistlichten aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
c. waarschuwingsknipperlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/759/EEG;
d. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG.
2. Motorfietsen die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 doch voor 1 november 1995, mogen zijn voorzien van:
a. een stadslicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
b. een mistlicht aan de voorzijde van het voertuig, dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
c. een mistlicht aan de achterzijde van het voertuig, dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
d. waarschuwingsknipperlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/759/EEG;
e. een of twee parkeerlichten;
f. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/757/EEG;
g. een witte retroreflector aan de voorzijde van het voertuig, aangebracht op ten minste 0,35 m en ten hoogste 0,90 meter boven het wegdek;
h. een richtlicht;
i. een bermlicht aan de voorzijde van het voertuig;
j. werklichten.
3. De motorfietsen, bedoeld in het tweede lid, mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig, mits deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen.